1Zo gij dan met Christus verrezen zijt, zoekt dan ook naar wat hierboven is: waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand.stylus2 Timotheüs 1:9, 2 Timotheüs 1:9, Filippenzen 3:14, Filippenzen 3:14, Hebreeën 4:142Weest bedacht op wat daarboven is, en niet op het aardse.stylusNumeri 12:7, Numeri 12:7, 1 Timotheüs 3:15, 1 Timotheüs 3:15, Efeziërs 2:223Want gij zijt dood, en uw leven is met Christus verborgen in God.stylus1 Korintiërs 3:9, 1 Korintiërs 3:9, Zacharia 6:12, Zacharia 6:13, 1 Petrus 2:54Maar wanneer Christus, ons leven, wordt geopenbaard, dan zult ook gij geopenbaard worden in glorie, tezamen met Hem.stylusHebreeën 3:3, Hebreeën 3:3, Hebreeën 1:2, Hebreeën 1:2, Esther 2:105Doodt dan wat aards is in uw leden: ontucht, onreinheid, drift, boze begeerte en hebzucht, welke ten slotte afgoderij is;stylusNumeri 12:7, Numeri 12:7, Exodus 14:31, Hebreeën 3:2, Exodus 14:316door dit alles komt Gods toorn.stylus2 Korintiërs 6:16, 2 Korintiërs 6:16, 1 Korintiërs 3:16, 1 Korintiërs 3:16, Hebreeën 10:357Zeker, dit alles hebt gij vroeger gedaan, toen gij daarin hebt geleefd.stylusPsalmen 95:7, Psalmen 95:11, Psalmen 95:7, Psalmen 95:11, Hebreeën 3:158Maar thans moet ook gij dit alles afleggen: toorn, gramschap, boosheid, laster, oneerbare taal uit uw mond;stylusSpreuken 28:14, Spreuken 28:14, Exodus 17:7, Exodus 17:7, Zacharia 7:119bedriegt elkander niet. Want gij hebt den ouden mens afgelegd met zijn practijken,stylusHandelingen 7:36, Handelingen 7:36, Deuteronomium 4:9, Deuteronomium 4:9, Deuteronomium 4:310en aangetrokken den nieuwen mens, die tot beter inzicht vernieuwd is naar het beeld van zijn Schepper.stylusPsalmen 95:10, Psalmen 95:10, 2 Tessalonicenzen 2:10, 2 Tessalonicenzen 2:12, 2 Tessalonicenzen 2:1011Zó is er geen Griek meer of Jood, geen besnedene of onbesnedene, geen barbaar en geen Scyt, geen slaaf en geen vrije; maar Christus is alles in allen.stylusDeuteronomium 1:34, Deuteronomium 1:35, Deuteronomium 1:34, Deuteronomium 1:35, Hebreeën 4:312Bekleedt u dan, als Gods uitverkoren heiligen en geliefden, met innige barmhartigheid, met goedheid, ootmoed, zachtheid en lankmoedigheid.stylusJeremia 17:5, Jeremia 17:5, Jeremia 7:24, Jeremia 7:24, Jeremia 17:913Weest verdraagzaam jegens elkander en vergeeft elkander, als gij over elkaar hebt te klagen; zoals de Heer ú heeft vergeven, zo moet ook gij het doen.stylus1 Tessalonicenzen 5:11, 1 Tessalonicenzen 5:11, Hebreeën 10:24, Hebreeën 10:25, Hebreeën 10:2414Trekt over dit alles de liefde aan, die de band is der volmaaktheid.stylusHebreeën 3:6, Hebreeën 3:6, Hebreeën 6:11, Hebreeën 6:11, 1 Petrus 4:1315In uw harten heerse ook de vrede van Christus; want daartoe zijt gij tot één lichaam geroepen. Weest dankbaar bovendien!stylusHebreeën 3:7, Hebreeën 3:8, Hebreeën 3:7, Hebreeën 3:8, Psalmen 95:716Moge Christus’ woord in u wonen in rijke overvloed! Leert en vermaant elkander met allerlei wijsheid! Looft God in uw harten op lieflijke wijze, met psalmen, gezangen en geestelijke liederen.stylusNumeri 14:2, Numeri 14:2, Numeri 14:30, Numeri 14:30, Deuteronomium 1:3817En al wat gij doet, door woord of door daad, doet het in de naam van Jesus den Heer, en betuigt dan door Hem aan God den Vader uw dank!stylusNumeri 14:29, Numeri 14:29, Numeri 26:64, Numeri 26:65, Numeri 26:6418Gij vrouwen, weest onderdanig aan uw mannen, zoals het uw plicht is in den Heer.stylusDeuteronomium 1:34, Deuteronomium 1:35, Hebreeën 4:6, Numeri 14:30, Deuteronomium 1:3419Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en weest niet ongenietbaar jegens haar.stylusJudas 1:5, Judas 1:5, Johannes 3:36, Johannes 3:36, Johannes 3:1820Gij kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles; want dit is welgevallig in den Heer.stylus21Gij vaders, verbittert uw kinderen niet, opdat ze niet onverschillig gaan worden.stylus22Gij slaven, gehoorzaamt uw aardse meesters in alles, niet als ogendienaars, die mensen behagen, maar in eenvoud van hart, uit vrees voor den Heer.stylus23Al wat gij doet, doet het van harte, als voor den Heer en niet als voor mensen;stylus24gij weet toch, dat gij van den Heer het erfdeel als loon zult ontvangen. Weest slaven van Christus, den Heer!stylus25Want wie onrecht doet, zal zijn onrecht moeten boeten; er bestaat geen aanzien van personen.stylus