1Welnu dan, gij rijken; weent en jammert om de rampen, die u bedreigen.stylusEzechiël 2:9, Ezechiël 2:10, Ezechiël 2:9, Ezechiël 2:10, Jesaja 29:112Uw rijkdom is verrot, uw gewaden zijn verteerd door de mot;stylusJesaja 29:11, Jesaja 29:12, Jesaja 29:11, Jesaja 29:12, Openbaring 5:53uw goud en zilver is verroest, en hun roest zal tegen u getuigen en ook wegvreten uw vlees; vuur hebt gij u als een schat opgehoopt voor het einde der dagen.stylusOpenbaring 5:13, Openbaring 5:13, Jesaja 40:13, Jesaja 40:14, Romeinen 11:344Ziet, het achterstallige loon der arbeiders, die uw akkers hebben gemaaid, schreeuwt luid tegen u op; de kreten der maaiers dringen door in de oren des Heren Sabaót.stylusDaniël 12:8, Daniël 12:9, Daniël 12:8, Daniël 12:9, Openbaring 4:15Gij hebt op aarde gezwelgd en gebrast, uw harten vetgemest voor de dag van het slachten.stylusJesaja 11:1, Jesaja 11:1, Jeremia 23:5, Jeremia 23:6, Jeremia 23:56Den gerechte hebt gij gevonnist, vermoord, ofschoon hij uw vijand niet is.stylusZacharia 4:10, Zacharia 4:10, Openbaring 5:12, Johannes 1:29, Openbaring 5:127Broeders, weest dan geduldig tot ‘s Heren komst. Ziet, de landman wacht op de kostelijke vrucht van de akker, maar oefent daarbij het geduld, totdat deze de vroege en late regen ontvangt.stylusOpenbaring 5:1, Openbaring 5:1, Openbaring 4:2, Openbaring 4:3, Openbaring 4:28Weest gij ook geduldig, en laat uw harten niet wankelen; want de komst van den Heer is nabij.stylusPsalmen 141:2, Psalmen 141:2, Openbaring 8:3, Openbaring 8:4, Openbaring 8:39Klaagt niet, broeders, tegen elkander, opdat gij niet geoordeeld wordt; ziet, de Rechter staat voor de deur!stylus1 Petrus 1:18, 1 Petrus 1:19, 1 Petrus 1:18, 1 Petrus 1:19, Mattheüs 26:2810Broeders, neemt in lijden en dulden een voorbeeld aan de profeten, die gesproken hebben in ‘s Heren naam.stylusOpenbaring 1:6, Openbaring 1:6, Daniël 7:27, Daniël 7:27, Openbaring 20:611Ziet, de geduldigen prijzen we zalig; gij hebt van Jobs geduld gehoord, gij kent ook de uitkomst, die de Heer heeft geschonken, "omdat de Heer vol medelijden is en ontferming."stylusDaniël 7:10, Daniël 7:10, Hebreeën 12:22, Hebreeën 12:22, Openbaring 4:612Vóór alles, mijn broeders, zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch met een andere eed. Maar uw ja zij ja, en uw neen zij neen, opdat ge niet bezwijken moogt onder het oordeel.stylusOpenbaring 5:9, Openbaring 5:9, Openbaring 19:1, Openbaring 19:1, Openbaring 4:1113Is iemand van u in lijden: hij bidde; is hij verheugd: hij zinge een lofzang.stylusFilippenzen 2:10, Filippenzen 2:10, 1 Kronieken 29:11, 1 Kronieken 29:11, Openbaring 5:314Is iemand van u ziek: hij roepe de priesters der Kerk; laat hen dan over hem bidden, en hem zalven met olie in de naam des Heren.stylusOpenbaring 19:4, Openbaring 19:4, Openbaring 5:8, Openbaring 4:9, Openbaring 4:1115En het gelovig gebed zal den zieke behouden, de Heer zal hem opbeuren; en mocht hij zonden hebben begaan, dan zullen ze hem vergeven worden.stylus16Belijdt dus elkander uw zonden en bidt voor elkaar, opdat gij genezen moogt worden. Veel vermag het krachtdadig gebed van een rechtvaardige.stylus17Elias was een mens, juist zoals wij; hij bad, dat het niet regenen zou, en het regende niet op de aarde drie jaren en zes maanden lang;stylus18en weer bad hij, en de hemel schonk regen, en de aarde bracht haar vruchten voort.stylus19Mijn broeders, wanneer iemand van u is afgedwaald van de waarheid, en een ander brengt hem tot inkeer;stylus20weet dan, dat hij, die een zondaar van zijn dwaalweg bekeert, diens ziel van de dood zal redden, en een menigte zonden bedekken.stylus