1Judas had van de roem der Romeinen gehoord: dat ze buitengewoon machtig waren; dat ze allen, die toenadering zochten, welwillend bejegenden, en met eenieder, die zich bij hen wilde aansluiten, een bondgenootschap sloten; kortom, dat ze machtig waren en sterk.stylusJohannes 3:18, Johannes 3:19, Johannes 3:18, Johannes 3:19, 2 Korintiërs 5:172Zo vertelde men hem van hun oorlogen en heldendaden tegen de Galliërs; hoe zij hen hadden overwonnen en schatplichtig gemaakt.stylusRomeinen 6:14, Romeinen 6:14, 2 Korintiërs 3:17, 2 Korintiërs 3:17, Romeinen 6:183Wat zij in Spanje hadden gedaan; hoe zij zich daar van de gouden zilvermijnen hadden meester gemaaktstylusHandelingen 13:39, Handelingen 13:39, Hebreeën 7:18, Hebreeën 7:19, Hebreeën 7:184en ondanks de zeer grote afstand het hele land door hun overleg en volharding hadden bemachtigd. Zij hadden zelfs de koningen, die van de uiteinden der aarde tegen hen waren opgetrokken, verslagen, en hun zware nederlagen toegebracht, terwijl de overigen hun jaarlijks schatting moesten betalen.stylusGalaten 5:22, Galaten 5:25, Galaten 5:22, Galaten 5:25, Galaten 5:165Zij hadden Filippus en Pérseus, koning der Kittiërs, met andere opstandelingen in een oorlog verslagen, en aan hun macht onderworpen.stylusGalaten 5:19, Galaten 5:25, Galaten 5:19, Galaten 5:25, 1 Korintiërs 2:146Zij hadden ook Antiochus den Grote, koning van Azië, verslagen, ofschoon hij met honderd twintig olifanten, ruiters, strijdwagens en een reusachtig leger tegen hen ten strijde was getrokkenstylusGalaten 6:8, Galaten 6:8, Romeinen 8:7, Romeinen 8:7, Romeinen 8:137en hem levend gevangen genomen; zij hadden hemzelf en zijn troonopvolgers verplicht, een hoge schatting aan hen te betalen en gijzelaars uit te leveren; zij hadden hem zijn mooiste stukken grondgebied afgenomenstylus1 Korintiërs 2:14, 1 Korintiërs 2:14, 1 Johannes 2:15, 1 Johannes 2:16, 1 Johannes 2:158zoals Pisidië, Miluas en Lúdië, en het aan koning Eúmenes geschonken.stylusJohannes 3:5, Johannes 3:6, Johannes 3:5, Johannes 3:6, Romeinen 7:59Zij hadden, zodra zij van het plan der Grieken hadden gehoord, die besloten hadden, hen te komen vernielenstylusGalaten 4:6, Galaten 4:6, 1 Korintiërs 3:16, 1 Korintiërs 3:16, 2 Timotheüs 1:1410een veldheer op hen afgezonden, de strijd tegen hen aangebonden en velen van hen in de pan gehakt; zij hadden hun vrouwen en kinderen gevangen weggevoerd, hen uitgeplunderd, hun land in bezit genomen, hun vestingen verwoest, en hen aan zich onderworpen tot op de dag van vandaag.stylusEfeziërs 3:17, Efeziërs 3:17, Galaten 2:20, Galaten 2:20, 2 Korintiërs 5:2111Zij hadden andere koninkrijken en eilanden vernield, die zich nog ergens tegen hen verzetten, en ze onder hun heerschappij gebracht. Maar met hun vrienden en bondgenoten hadden ze vriendschapsbetrekkingen aangeknoopt.stylus2 Korintiërs 4:14, 2 Korintiërs 4:14, Romeinen 6:4, Romeinen 6:5, Romeinen 6:412En zo heersten zij over koninkrijken, dicht bij en veraf, en wie hun naam maar hoorde, beefde voor hen.stylusRomeinen 6:2, Romeinen 6:15, Romeinen 6:2, Romeinen 6:15, 1 Korintiërs 6:1913Iedereen, dien zij koning wilden maken, werd koning; maar iedereen, dien zij niet wilden, zetten ze af; zo groot was hun macht!stylusGalaten 6:8, Galaten 6:8, 1 Petrus 2:11, 1 Petrus 2:11, Kolossenzen 3:514En toch was er niemand onder hen, die zich de kroon op het hoofd zette, of zich in purper stak, om er mee te pronken.stylusGalaten 5:18, Galaten 5:18, Johannes 1:12, Johannes 1:12, Galaten 3:2615Integendeel, zij hadden een volksraad ingesteld van driehonderd twintig raadsleden, die zich dagelijks uitsluitend bezighielden met het welzijn van het volk, dat zij goed wilden besturen.stylusGalaten 4:5, Galaten 4:7, Galaten 4:5, Galaten 4:7, 2 Timotheüs 1:716Elk jaar vertrouwden dezen de regering van het gehele rijk aan één man toe, en hem gehoorzaamden zij allen zonder nijd of afgunst.stylus1 Johannes 4:13, 1 Johannes 4:13, 2 Korintiërs 1:22, 2 Korintiërs 1:22, 2 Korintiërs 5:517Daarom koos Judas nu Eupólemus uit, den zoon van Johannes en kleinzoon van Akkus, met Jáson, den zoon van Elazar, en zond hen naar Rome, om vriend- en bondgenootschap met hen te sluitenstylusGalaten 4:7, Galaten 4:7, Galaten 3:29, Galaten 3:29, Efeziërs 3:618en om daardoor bevrijd te worden van de griekse overheersing, die zoals zij wel zouden bemerken, zwaar op Israël drukte.stylus2 Korintiërs 4:17, 2 Korintiërs 4:18, 2 Korintiërs 4:17, 2 Korintiërs 4:18, 1 Petrus 4:1319Ze trokken dus naar Rome, en traden na een zeer lange reis de senaat binnen; en daar spraken zij:stylus2 Petrus 3:11, 2 Petrus 3:13, 2 Petrus 3:11, 2 Petrus 3:13, 1 Johannes 3:220Judas de Makkabeër, zijn broeders en het volk der Joden zenden ons tot u, om bondgenootschap en vrede met u te sluiten, en onder uw bondgenoten en vrienden te worden opgenomen.stylusGenesis 3:17, Genesis 3:19, Genesis 3:17, Genesis 3:19, Genesis 5:2921Dit voorstel keurden zij goed.stylusOpenbaring 22:3, Openbaring 22:5, Openbaring 22:3, Openbaring 22:5, Handelingen 3:2122De tekst van de oorkonde, die zij op koperen platen lieten graveren, en naar Jerusalem zonden als een gedenkstuk van de vrede en het bondgenootschap, luidt als volgt:stylusJeremia 12:4, Jeremia 12:4, Jeremia 12:11, Jeremia 12:11, Johannes 16:2123Moge het de Romeinen en het volk der Joden altijd goed gaan te land en ter zee, en zwaard en vijand ver van hen blijven!stylusFilippenzen 3:20, Filippenzen 3:21, Filippenzen 3:20, Filippenzen 3:21, 2 Korintiërs 5:224Wanneer Rome of een van zijn bondgenoten in het gehele rijksgebied het eerst door een oorlog wordt bedreigdstylusHebreeën 11:1, Hebreeën 11:1, 2 Korintiërs 5:7, 2 Korintiërs 5:7, 2 Korintiërs 4:1825dan zal het volk der Joden, naarmate de omstandigheden het van hen vorderen, vastbesloten aan de strijd deelnemen.stylusRomeinen 12:12, Romeinen 12:12, Hebreeën 10:36, Hebreeën 10:36, Psalmen 27:1426Zij behoeven echter de strijders niet te helpen door het leveren van graan, wapens, geld of schepen tenzij Rome het goedvindt. Aan deze bepalingen zullen zij zich houden, zonder er iets voor te krijgen.stylusMattheüs 10:20, Mattheüs 10:20, Efeziërs 6:18, Efeziërs 6:18, Galaten 4:627Maar wanneer het volk der Joden het eerst in een oorlog wordt gewikkeld, dan zullen de Romeinen hun op dezelfde wijze bereidwillig te hulp komen, naarmate de omstandigheden het van hen vorderen.stylusJeremia 17:10, Jeremia 17:10, 1 Johannes 5:14, 1 Johannes 5:15, 1 Johannes 5:1428Maar ook zij behoeven hun bondgenoten geen graan, wapens, geld of schepen te leveren, tenzij Rome het goedvindt. Zij zullen zich eerlijk aan deze bepalingen houden.stylus1 Petrus 5:10, 1 Petrus 5:10, Jakobus 1:12, Jakobus 1:12, Genesis 50:2029Op grond van deze bepalingen sluiten de Romeinen met het volk der Joden een verdrag.stylusEfeziërs 1:4, Efeziërs 1:5, Efeziërs 1:4, Efeziërs 1:5, Jeremia 1:530Zou echter een der partijen later iets willen aanvullen of schrappen, dan kunnen zij dat met onderling goedvinden doen; iedere toevoeging of weglating zal dan van kracht zijn.stylusOpenbaring 17:14, Openbaring 17:14, Romeinen 8:28, Romeinen 8:28, Efeziërs 1:1131En wat de schade betreft, die koning Demétrius hun toebrengt, daarover hebben wij hem het volgende geschreven: Waarom legt gij onze vrienden en bondgenoten, de Joden, zulk een zwaar juk op?stylusPsalmen 118:6, Psalmen 118:6, Jeremia 1:19, Jeremia 1:19, 1 Johannes 4:432Wanneer zij in het vervolg nog klachten tegen u inbrengen, zullen wij hun recht verschaffen, en u te land en ter zee bestrijden.stylusJohannes 3:16, Johannes 3:16, Romeinen 8:28, Romeinen 8:28, Psalmen 84:11