1Daarom trok Johannes uit Gézer, om zijn vader Sjimon mede te delen, wat Kendebéus had uitgericht.stylusHandelingen 18:18, Handelingen 18:18, 1 Petrus 1:22, 1 Petrus 1:23, 1 Timotheüs 5:92Toen riep Sjimon zijn twee oudste zonen Judas en Johannes, en sprak tot hen: Ik, mijn broers en het huis van mijn vader, wij hebben van onze jeugd tot heden toe voor Israël gestreden, en meermalen is het ons gelukt, Israël te bevrijden.stylusFilippenzen 2:29, Filippenzen 2:29, Filippenzen 1:27, Filippenzen 1:27, Mattheüs 10:403Nu echter ben ik oud geworden, maar gij zijt door Gods genade nog in de kracht van uw jaren. Neemt dus mijn plaats in en die van mijn broer. Trekt uit ten strijde voor ons volk en moge de hulp van de Hemel u vergezellen!stylusHandelingen 18:26, 2 Timotheüs 4:19, 1 Korintiërs 16:19, Handelingen 18:26, 2 Timotheüs 4:194Daarop deed Johannes uit de bevolking een keuze van twintigduizend man voetvolk en ruiterij. Dezen trokken tegen Kendebéus op, en overnachtten te Modin.stylusFilippenzen 2:30, 1 Johannes 3:16, Filippenzen 2:30, 1 Johannes 3:16, 1 Korintiërs 16:15De volgende morgen rukten zij uit, en gingen de vlakte in; en zie: daar stond tegenover hen een groot leger van voetvolk en ruiters, die alleen door een beek van hen waren gescheiden.stylusKolossenzen 4:15, Kolossenzen 4:15, 1 Korintiërs 16:19, Filemon 1:2, 1 Korintiërs 16:196Toen hij zich met zijn leger tegen hen had opgesteld, en bemerkte, dat zijn mannen er tegen opzagen, de beek over te steken, trok hij er zelf het eerst overheen. Toen de soldaten dit zagen, trokken ze achter hem aan.stylusRomeinen 16:12, Mattheüs 27:55, 1 Timotheüs 5:10, Romeinen 16:12, Mattheüs 27:557Aanstonds verdeelde hij zijn troepen; en daar de vijandelijke ruiterij zeer talrijk was, plaatste hij de zijne tussen het voetvolk.stylusRomeinen 16:11, Romeinen 16:21, Romeinen 16:11, Romeinen 16:21, Kolossenzen 4:108Maar zodra zij op de trompetten bliezen, werd Kendebéus met zijn leger op de vlucht geslagen. Velen hunner werden gewond en gedood; de overigen vluchtten naar de vesting.stylusRomeinen 16:5, 1 Johannes 3:14, Filippenzen 4:1, Romeinen 16:5, 1 Johannes 3:149Ook Judas, de broer van Johannes, werd toen gewond. Maar Johannes zette de achtervolging voort tot aan Kedron. dat Kendebéus versterkt had.stylusRomeinen 16:2, Romeinen 16:3, Romeinen 16:21, Romeinen 16:2, Romeinen 16:310Nu vluchtten zij naar de vestingen in het gebied van Asjdod; maar hij stak de stad in brand, en er sneuvelden van hen ongeveer tweeduizend man. Daarna keerde hij behouden naar Judea terug.stylusRomeinen 14:18, Romeinen 14:18, 1 Petrus 1:7, Deuteronomium 8:2, 1 Petrus 1:711Intussen was Ptoleméus, de zoon van Aboébus, tot bevelhebber over de vlakte van Jericho aangesteld. Hij bezat veel zilver en goudstylusRomeinen 16:7, Romeinen 16:21, Romeinen 16:7, Romeinen 16:2112omdat hij een schoonzoon van den hogepriester was.stylus1 Tessalonicenzen 5:12, 1 Tessalonicenzen 5:13, 1 Tessalonicenzen 5:12, 1 Tessalonicenzen 5:13, Hebreeën 6:1013Maar hij werd eerzuchtig en hunkerde er naar, zich van het land meester te maken. Hij smeedde dus een verraderlijk plan tegen Sjimon en zijn zonen, om hen uit de weg te ruimen.stylus2 Johannes 1:1, 1 Timotheüs 5:2, Marcus 15:21, 2 Johannes 1:1, 1 Timotheüs 5:214Nu was Sjimon gewoon, de steden in het land af te reizen, om te weten, wat ze nodig hadden. Zo ging hij ook naar Jericho, vergezeld van zijn zonen Mattitja en Judas; het was de elfde maand van het jaar 177, welke maand Sjebat genoemd wordtstylus1 Petrus 1:22, 1 Petrus 1:23, Hebreeën 3:1, Romeinen 8:29, Kolossenzen 1:215De zoon van Aboébus ontving hen als een verrader in de kleine vesting Dok, die hij gebouwd had, en waar hij een groot drinkgelag voor hen had aangericht, maar ook zijn handlangers verborgen hield.stylusRomeinen 16:2, Romeinen 16:2, Romeinen 1:7, Romeinen 1:7, Efeziërs 1:116Toen Sjimon en zijn zonen dan ook dronken waren, kwamen Ptoleméus en zijn mannen te voorschijn, grepen hun wapens, overvielen Sjimon in de eetzaal, en vermoordden hem met zijn twee zonen en enkelen van hun gevolg.stylus1 Korintiërs 16:20, 1 Korintiërs 16:20, 1 Tessalonicenzen 5:26, 2 Korintiërs 13:12, 1 Tessalonicenzen 5:2617Zo maakte hij zich aan grote trouweloosheid schuldig, en vergold goed met kwaad.stylusJudas 1:19, Judas 1:19, 2 Tessalonicenzen 3:6, 2 Tessalonicenzen 3:6, 1 Timotheüs 6:318Ptoleméus stelde den koning hiervan schriftelijk in kennis, in de hoop, dat hij hem hulptroepen zou zenden, en hun land met de steden aan hem zou overdragen.stylusKolossenzen 2:4, Kolossenzen 2:4, Filippenzen 3:19, Mattheüs 7:15, Filippenzen 3:1919Bovendien zond hij een andere groep naar Gézer uit, om Johannes te doden. Ook liet hij de bevelhebbers schriftelijk uitnodigen, bij hem te komen, omdat hij hun zilver, goud en andere geschenken wilde geven.stylusMattheüs 10:16, Mattheüs 10:16, 1 Korintiërs 14:20, 1 Korintiërs 14:20, Jakobus 3:1320Zelfs zond hij anderen uit, om Jerusalem en de tempelberg te veroveren.stylusLucas 10:19, Lucas 10:19, 1 Johannes 3:8, 1 Johannes 3:8, Genesis 3:1521Maar er was iemand vooruit gelopen, om Johannes in Gézer te melden, dat zijn vader en zijn broers waren vermoord, en dat hij er mannen op uit had gestuurd, om ook hem te vermoorden.stylusHandelingen 20:4, Handelingen 20:4, Handelingen 17:5, Handelingen 13:1, Handelingen 17:522Bij dit bericht ontstelde hij hevig. Hij liet echter de mannen, die hem kwamen vermoorden, dadelijk bij hun aankomst gevangen nemen en doden; want hij wist nu, dat zij hem wilden vermoorden.stylusGalaten 6:11, Galaten 6:11, Romeinen 16:8, 1 Korintiërs 16:21, Romeinen 16:823De verdere geschiedenis van Johannes, met zijn oorlogen en heldendaden, het opbouwen der muren en al wat hij deedstylusHandelingen 19:22, 1 Korintiërs 1:14, Handelingen 19:22, 1 Korintiërs 1:14, 2 Timotheüs 4:2024ziet, dat alles is opgetekend in de kronieken van zijn hogepriesterschap, van het ogenblik af, dat hij zijn vader opvolgde als hogepriester.stylus