1Toen Sjimon dus hoorde, dat Trúfon een groot leger op de been had gebracht, om Juda binnen te vallen en het te vernietigenstylusTitus 3:1, Titus 3:1, 1 Petrus 2:13, 1 Petrus 2:17, 1 Petrus 2:132en hij zag, dat het volk bang en angstig was geworden, ging hij naar Jerusalem, om een volksvergadering te houden.stylus1 Petrus 2:13, 1 Petrus 2:13, Titus 3:1, Titus 3:1, Jakobus 3:13Daar sprak hij hun moed in en zeide: Gij weet, wat ik, mijn broers en het huis van mijn vader hebben gedaan voor de wet en het heiligdom, en wat voor oorlogen en rampen wij hebben doorstaan.stylusPrediker 10:4, Prediker 10:6, Prediker 10:4, Prediker 10:6, Jeremia 22:154Voor deze zaak zijn al mijn broers voor Israël gesneuveld; ik alleen ben nog overgebleven.stylusRomeinen 12:19, Romeinen 12:19, Spreuken 20:2, 2 Kronieken 19:6, Spreuken 16:145Maar ik denk er niet aan, mijn leven te sparen, onder welke benarde omstandigheden ook; want ik ben niet beter dan mijn broers.stylusHandelingen 24:16, Prediker 8:2, 1 Petrus 2:19, Handelingen 24:16, Prediker 8:26Wraak zal ik nemen voor mijn volk en het heiligdom, voor onze vrouwen en kinderen; want uit haat hebben alle heidenen samengespannen, om ons te verdelgen.stylusMattheüs 22:17, Mattheüs 22:21, Mattheüs 22:17, Mattheüs 22:21, Marcus 12:147Toen het volk deze woorden hoorde, laaide de moed weer op, en het juichte:stylus1 Petrus 2:17, 1 Petrus 2:18, Lucas 20:25, 1 Petrus 2:17, 1 Petrus 2:188Gij zijt onze aanvoerder in de plaats van Judas en van uw broer Jonatan.stylusRomeinen 13:10, Romeinen 13:10, Mattheüs 22:39, Mattheüs 22:40, Mattheüs 22:399Neem gij de leiding in onze krijg; wij zullen alles doen, wat gij beveelt.stylusExodus 20:12, Exodus 20:17, Exodus 20:12, Exodus 20:17, Mattheüs 22:3910Nu riep hij alle strijdbare mannen op, liet de muren van Jerusalem zo gauw mogelijk opbouwen, en versterkte de stad aan alle kanten.stylusRomeinen 13:8, Romeinen 13:8, Mattheüs 22:39, Mattheüs 22:40, Mattheüs 22:3911Bovendien zond hij Jonatan, den zoon van Absalom, met een voldoend aantal soldaten naar Jóppe; deze joeg de inwoners weg en hield de stad bezet.stylus1 Tessalonicenzen 5:5, 1 Tessalonicenzen 5:8, 1 Tessalonicenzen 5:5, 1 Tessalonicenzen 5:8, 1 Petrus 4:712Intussen was Trúfon met een groot leger van Ptolemáis opgerukt, om het land Juda binnen te vallen; hij had Jonatan als krijgsgevangene meegenomen.stylusEzechiël 18:31, Ezechiël 18:32, Ezechiël 18:31, Ezechiël 18:32, Efeziërs 5:1113Daarom sloeg Sjimon zijn kamp op bij Chadid, aan de rand van de vlakte.stylusGalaten 5:21, Galaten 5:21, Efeziërs 5:18, Efeziërs 5:18, 1 Tessalonicenzen 4:314Toen Trúfon vernam, dat Sjimon de plaats van zijn broer Jonatan had ingenomen, en van plan was, de strijd tegen hem te beginnen, zond hij een gezantschap naar hem toe, en liet hem zeggen:stylusEfeziërs 4:24, Efeziërs 4:24, Galaten 3:27, Galaten 3:27, Galaten 5:1615Wij houden uw broer Jonatan vast, omdat hij bij de uitoefening van zijn ambt schulden heeft gemaakt ten koste van de koninklijke schatkist.stylus16Wij laten hem vrij, als gij ons honderd talenten zilver zendt en bovendien twee van zijn zoons als gijzelaars; want anders valt hij na zijn vrijstelling weer van ons af.stylus17Ofschoon Sjimon het listige van hun voorstel doorzag, liet hij het geld en de knapen toch halen, om zich niet erg gehaat te maken bij het volkstylus18dat anders zou zeggen: Omdat hij het geld en de knapen niet heeft willen geven, is Jonatan omgekomen.stylus19Hij zond dus de knapen en de honderd talenten; maar Trúfon brak zijn woord, en liet Jonatan niet los.stylus20Nu brak Trúfon op, om naar Judea te trekken, en het te verwoesten. Daarvoor maakte hij een omweg over Adóra. Maar overal waar hij heentrok, trad Sjimon met zijn leger hem in de weg.stylus21De burchtbezetting zond echter een boodschap naar Trúfon, om hem er toe te bewegen, toch door de woestijn naar hen toe te komen, en hen van levensmiddelen te voorzien.stylus22Daarom liet Trúfon zijn gehele ruiterij er op uit rukken. Maar er viel in de nacht zoveel sneeuw, dat men door de sneeuw niet vooruit kon. Nu trok hij maar af, en ging naar Gilad;stylus23en toen hij in de nabijheid van Báskama kwam, liet hij Jonatan vermoorden, die daar ook begraven werd.stylus24Daarop maakte Trúfon rechtsomkeer, en ging terug naar zijn land.stylus25Nu liet Sjimon het gebeente van zijn broer Jonatan weghalen, en begroef het in Modin, de stad van zijn vaderen.stylus26Heel Israël hield een plechtige dodenklacht over hem, en men beweende hem dagen lang.stylus27Vervolgens liet Sjimon op het graf van zijn vader en van zijn broers een gedenkteken oprichten, van voren en achteren van gepolijste steen, en zo hoog, dat het uit verte te zien was.stylus28Daarop plaatste hij zeven pyramiden tegenover elkander: voor zijn vader en moeder en voor zijn vier broers.stylus29Hier omheen ontwierp hij een sierlijke en hoge zuilengang, en op de zuilen liet hij, tot een eeuwig aandenken, wapenrustingen aanbrengen en naast de wapenrustingen gebeeldhouwde schepen; want het moest door alle zeevarenden gezien kunnen worden.stylus30Dit was het grafmonument, dat hij in Modin oprichtte, en en dat nu nog bestaat.stylus31Intussen was Trúfon op verraderlijke wijze tegen den jongen koning Antiochus te werk gegaan, en had hem laten vermoorden.stylus32Hij trad in zijn plaats als koning op, zette zich de kroon van Azië op het hoofd, en bracht veel onheil over het land.stylus33Maar Sjimon ging voort met het bouwen van vestingen in Judea; hij voorzag ze van hoge torens, zware muren, poorten en grendels, en liet in de vestingen levensmiddelen opslaan.stylus34Tevens koos Sjimon enkele mannen uit, die hij naar koning Demétrius zond, om te verkrijgen, dat het land zou worden ontzien, daar Trúfon niets anders gedaan had dan roven.stylus35Koning Demétrius willigde zijn verzoek in, en zond hem een schriftelijk antwoord van de volgende inhoud:stylus36Koning Demétrius, aan Sjimon, den hogepriester en vriend van de koningen, aan de oudsten en aan het volk der Joden: heil!stylus37De gouden kroon en de palmtak, die gij hebt gezonden, hebben wij ontvangen. Wij zijn bereid, om een duurzame vrede met u te sluiten, en zullen aan onze ambtenaren berichten, dat zij u moeten vrijstellen van belasting.stylus38Wat wij vroeger voor u hebben bepaald, blijft van kracht; ook moogt gij de vestingen, die gij gebouwd hebt, behouden.stylus39Al uw misstappen en tekortkomingen, tot op de dag van vandaag, schelden wij u kwijt. Bovendien zullen de kroongelden, die gij moet opbrengen, en de andere cijnzen, die er in Jerusalem worden geheven, niet langer verplicht zijn.stylus40En wanneer er onder u mochten worden gevonden, die geschikt zijn, om in onze lijfwacht te worden opgenomen, dan kunnen zij worden ingeschreven. Er moet dus vrede tussen ons zijn.stylus41Zo werd in het jaar het juk der heidenen van Israël weggenomenstylus42en het volk begon in oorkonden en contracten te schrijven: In het eerste jaar van Sjimon, den hogepriester, veldheer en vorst der Joden.stylus43In die tijd sloeg Sjimon het beleg om Gézer en sloot het met zijn leger in. Hij liet een belegeringstoren opstellen, bracht die dicht bij de stad, en wist een der stadstorens zo te havenen, dat hij hem kon innemen.stylus44Toen sprongen de soldaten van de belegeringstoren de stad in en verwekten grote verwarring.stylus45Nu kwamen de inwoners met vrouwen en kinderen op de muren, scheurden hun klederen en smeekten Sjimon met luider stem, dat hij vrede zou sluiten.stylus46Zij riepen: Behandel ons niet naar onze misdaden, maar volgens uw barmhartigheid.stylus47En Sjimon liet zich verbidden, en bestreed hen niet verder. Maar hij joeg hen de stad uit, liet de huizen reinigen, waarin zich afgodsbeelden bevonden, en hield toen zijn intocht onder het zingen van lofzang en danklied.stylus48Al wat onrein was ruimde hij op, en liet er mensen wonen, die de wet onderhielden; hij herstelde de vestingwerken en liet er een huis voor zich bouwen.stylus49Ondertussen bleef voor de bewoners van de burcht in Jerusalem elk contact met de buitenwereld, en iedere koop en verkoop afgesloten. Zij leden derhalve groot gebrek, en velen van hen kwamen om van honger.stylus50Toen smeekten zij Sjimon om vrede, en hij schonk hun de vrede. Maar hij joeg hen de burcht uit, en reinigde die van de ontering.stylus51En op de drie en twintigste dag van de tweede maand in het jaar 171 hield hij zijn plechtige intocht onder gejuich en het wuiven van palmen, onder het spelen van citers, cymbalen en harpen, en het zingen van hymnen en liederen: Want de grote vijand was uit Israël verdreven!stylus52En Sjimon bepaalde, dat men deze dag elk jaar in vreugde zou vieren. Hij versterkte de tempelberg naast de burcht, en ging daar met de zijnen wonen.stylus53En omdat Sjimon ondervonden had, dat zijn zoon Johannes een volwassen man was geworden, stelde hij hem aan tot bevelhebber over alle troepen. Deze ging zich toen in Gézer vestigen.stylus54stylus