1Als medearbeiders vermanen we u bovendien, om Gods genade niet vruchteloos te ontvangen.stylusTitus 2:5, 1 Petrus 2:17, 1 Petrus 2:20, Titus 2:5, 1 Petrus 2:172Want Hij zegt: "Op gunstige tijd heb ik u verhoord, En op de dag van heil u geholpen." Ziet, nu is het de gunstige tijd; ziet, nu is het de dag van heil.stylusKolossenzen 4:1, Kolossenzen 4:1, 1 Timotheüs 4:11, 1 Timotheüs 4:11, Genesis 16:43Op geen enkel punt geven we aanstoot, opdat er geen smet op de bediening valt.stylus1 Timotheüs 1:3, 1 Timotheüs 1:3, 1 Timotheüs 1:10, 1 Timotheüs 1:10, Titus 1:94Integendeel, op alle punten strekken we onszelf tot aanbeveling, als dienaren Gods: Door het grootste geduld, In verdrukking, nood en benauwdheid;stylus2 Timotheüs 2:23, 2 Timotheüs 2:23, 2 Timotheüs 3:4, 2 Timotheüs 3:4, 1 Timotheüs 3:65In slagen, gevangenschap en woeling, In arbeid, nachtwaken en vasten;stylus2 Timotheüs 3:5, 2 Timotheüs 3:5, Titus 1:11, 2 Petrus 2:3, Titus 1:116Door reinheid, kennis en lankmoedigheid, Door goedheid, heilige geest en ongeveinsde liefde;stylusHebreeën 13:5, Hebreeën 13:5, 1 Timotheüs 6:8, 1 Timotheüs 6:8, Spreuken 16:87Door prediking der waarheid, En goddelijke kracht; Met de wapenen der gerechtigheid In rechterhand en linkerhand;stylusJob 1:21, Job 1:21, Psalmen 49:17, Psalmen 49:17, Lucas 12:208In eer en in schande, In kwade en goede faam. Als bedriegers, toch zijn we oprecht;stylusHebreeën 13:5, Hebreeën 13:6, Hebreeën 13:5, Hebreeën 13:6, Mattheüs 6:119Als onbekenden, toch overal bekend; Als stervenden, en zie, toch zijn we in leven; Als getuchtigden, en toch niet gedood;stylus1 Johannes 2:15, 1 Johannes 2:17, 1 Johannes 2:15, 1 Johannes 2:17, Spreuken 15:2710Als treurenden, toch steeds verheugd; Als armen, en velen maken we rijk; Als bezitlozen, toch bezitten we alles.stylusSpreuken 1:19, Spreuken 1:19, 1 Timotheüs 6:9, 1 Timotheüs 6:9, Psalmen 32:1011Korintiërs; onze mond heeft zich voor u ontsloten, maar wagenwijd staat open ons hart.stylus2 Timotheüs 2:22, 2 Timotheüs 2:22, 2 Timotheüs 3:17, 1 Timotheüs 4:12, 2 Timotheüs 3:1712Niet in ons is het u eng, maar in uw eigen binnenste is het benauwd.stylus1 Petrus 5:10, 1 Petrus 5:10, 1 Timotheüs 1:18, 1 Timotheüs 1:18, 1 Korintiërs 9:2513Ik zeg het u als tot mijn kinderen: ook gij op uw beurt moet ruimer worden.stylusJohannes 18:36, Johannes 18:37, Johannes 18:36, Johannes 18:37, Mattheüs 27:1114Gaat niet met ongelovigen onder een ongelijk juk. Want wat hebben gerechtigheid en ongerechtigheid gemeen, of wat heeft het licht met duisternis te maken;stylus2 Petrus 3:14, 2 Petrus 3:14, 1 Petrus 1:7, 1 Petrus 1:7, 1 Tessalonicenzen 5:2315wat overeenkomst is er tussen Christus en Bélial, of wat heeft de gelovige met den ongelovige gemeen?stylusOpenbaring 19:16, Openbaring 19:16, Openbaring 17:14, Openbaring 17:14, 1 Timotheüs 1:1716En wat heeft een tempel Gods met afgoden uit te staan? Welnu, wij zijn een tempel van den levenden God! Daarom heeft God gesproken: "Ik zal onder hen wonen en wandelen, Ik zal hun God zijn, zij mijn volk.stylus1 Timotheüs 1:17, 1 Timotheüs 1:17, Johannes 1:18, Johannes 1:18, 1 Johannes 1:517Daarom dan, gaat van hen weg, Zondert u af, zegt de Heer. Raakt niets aan wat onrein is.stylusHandelingen 14:17, Handelingen 14:17, Spreuken 11:28, Spreuken 11:28, 1 Timotheüs 4:1018Dan zal Ik u aannemen, En u tot Vader zijn, Gij Mij tot zonen en dochters; Zegt de almachtige Heer."stylusHebreeën 13:16, Hebreeën 13:16, 1 Johannes 3:17, 1 Johannes 3:17, Romeinen 12:8