1Ja, we weten, dat wanneer onze aardse woontent is neergehaald, we een woonplaats ontvangen van God; een woonplaats niet met handen opgeslagen, maar een eeuwige in de hemelen.stylusLeviticus 19:32, Leviticus 19:32, 1 Petrus 5:5, 1 Petrus 5:6, 1 Petrus 5:52Want in deze woontent zuchten we van verlangen, om onze hemelse er over heen te slaan,stylus1 Timotheüs 4:12, 1 Timotheüs 4:12, Mattheüs 12:50, Mattheüs 12:50, Filippenzen 4:83zo we tenminste dan nog bekleed zijn en niet naakt.stylusDeuteronomium 27:19, Deuteronomium 27:19, Handelingen 6:1, Deuteronomium 14:29, Deuteronomium 10:184Wij toch, die nog in de tent verblijven, we zuchten vol bekommernis, omdat we het kleed niet willen uittrekken, maar een overkleed aandoen, opdat het sterflijke verzwolgen wordt in het leven.stylusEfeziërs 6:1, Efeziërs 6:3, Efeziërs 6:1, Efeziërs 6:3, Mattheüs 15:45Het is God zelf, die ons daartoe in staat heeft gesteld, door ons het onderpand des Geestes te geven.stylusLucas 2:37, 1 Timotheüs 5:3, Lucas 2:37, 1 Timotheüs 5:3, 1 Korintiërs 7:326Daarom houden we steeds goede moed, ook al weten we, dat zolang we inwonend zijn in het lichaam, we buitengesloten zijn van den Heer;stylusJakobus 5:5, Jakobus 5:5, Openbaring 3:1, Openbaring 18:7, Openbaring 3:17want in geloof, niet in aanschouwen zwerven we rond.stylus1 Timotheüs 4:11, 1 Timotheüs 4:11, Titus 2:15, Titus 2:15, 2 Timotheüs 4:18Goede moed houden we, ook al geven we er de voorkeur aan, uit het lichaam te verhuizen en inwonend te zijn bij den Heer.stylusGalaten 6:10, Galaten 6:10, 2 Korintiërs 12:14, 2 Korintiërs 12:14, Lucas 11:119Maar inwonend of niet, we stellen er een eer in, Hem te behagen.stylus1 Timotheüs 3:2, 1 Timotheüs 3:2, 1 Timotheüs 5:11, Lucas 2:36, Lucas 2:3710Want we moeten allen voor Christus’ rechterstoel verschijnen, om vergelding te ontvangen voor het goed of het kwaad, dat ieder van ons tijdens zijn lichamelijk bestaan heeft verricht.stylus1 Timotheüs 6:18, 1 Timotheüs 6:18, Titus 3:8, Titus 3:8, Handelingen 9:3611Daar we dus weten, dat we den Heer moeten vrezen, trachten we mensen te winnen. Voor God liggen we daarbij open geheel en al; ik hoop, voor uw geweten eveneens. Heiligheid van paulus’ apostolaat als ambt der verzoening door Jesus.stylus1 Timotheüs 5:14, 1 Timotheüs 5:14, Hosea 13:6, Hosea 13:6, Jakobus 5:512We gaan ons niet opnieuw bij u aanprijzen, maar we geven u stof tot roem over ons, om iets bij de hand te hebben tegenover hen, die op het uiterlijk pochen, en niet op het hart.stylusJakobus 3:1, Galaten 1:6, Jakobus 3:1, Galaten 1:6, 1 Korintiërs 11:3413Want als we ons te buiten gaan, we doen het om God; houden we ons in, dan is het om u.stylusSpreuken 20:19, Spreuken 20:19, Handelingen 20:30, 2 Tessalonicenzen 3:6, 2 Tessalonicenzen 3:1114Inderdaad, Christus’ liefde dringt ons. We oordelen aldus: Eén is voor allen gestorven; dus zijn ze allen gestorven.stylusTitus 2:5, Titus 2:5, 1 Timotheüs 6:1, 1 Timotheüs 6:1, Spreuken 31:2715En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en verrezen.stylus2 Petrus 2:2, 2 Petrus 2:2, Judas 1:4, Judas 1:5, Judas 1:416Daarom ook beoordelen we van nu af niemand meer naar het vlees; en zo we Christus naar het vlees mochten beoordeeld hebben, dan doen we dit thans niet meer.stylus1 Timotheüs 5:3, 1 Timotheüs 5:5, 1 Timotheüs 5:3, 1 Timotheüs 5:5, 1 Timotheüs 5:817Derhalve, zo iemand in Christus is, dan is hij een nieuw schepsel; het oude is voorbij, zie het nieuwe is daar.stylusHebreeën 13:17, Hebreeën 13:17, 1 Tessalonicenzen 5:12, 1 Tessalonicenzen 5:13, 1 Tessalonicenzen 5:1218Welnu, dit alles is uit God, die ons door Christus met Zich heeft verzoend, en die ons de bediening der Verzoening heeft toevertrouwd.stylusDeuteronomium 25:4, Deuteronomium 25:4, 1 Korintiërs 9:14, 1 Korintiërs 9:14, 1 Korintiërs 9:719Want het was God, die door Christus de wereld met Zich verzoende en haar de overtredingen niet toerekende, en die òns de prediking der Verzoening heeft opgedragen.stylusMattheüs 18:16, Mattheüs 18:16, Deuteronomium 19:15, Deuteronomium 19:15, 2 Korintiërs 13:120In Christus’ naam treden we dus als gezanten op, alsof God zelf door ons vermaant. In Christus’ naam smeken we u: Verzoent u met God.stylus2 Timotheüs 4:2, 2 Timotheüs 4:2, Deuteronomium 13:11, Handelingen 5:11, Titus 1:1321Hem, die geen zonde heeft gekend, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat we door Hem zouden worden: gerechtigheid Gods.stylus1 Timotheüs 6:13, 2 Petrus 2:4, 2 Timotheüs 4:1, 1 Timotheüs 6:13, 2 Petrus 2:4