1Gaan we nu opnieuw onszelf aanprijzen? Of behoeven we misschien, als sommige anderen, aanbevelingsbrieven aan u of van u?stylusTitus 1:7, Titus 1:7, Handelingen 20:28, Handelingen 20:28, 1 Petrus 5:22Gijzelf zijt onze brief, wel geschreven in ons hart, maar niettemin gekend en gelezen door alle mensen.stylus2 Timotheüs 2:24, 2 Timotheüs 2:24, Titus 1:6, Titus 1:9, Titus 1:63Want het is bekend, dat gij een brief van Christus zijt, die door ons is geschreven, niet met inkt, maar met den Geest van den levenden God; niet op stenen tafelen, maar op de vleselijke tafelen van het hart.stylusTitus 1:7, Titus 1:7, Efeziërs 5:18, Titus 3:2, Efeziërs 5:184Door Christus hebben we dit zelfvertrouwen bij God.stylusTitus 1:6, Titus 1:6, Genesis 18:19, 1 Timotheüs 3:12, Genesis 18:195Want niet door onszelf, en als door eigen kracht zijn we in staat, iets te bedenken; maar onze geschiktheid is uit God,stylus1 Samuël 3:13, 1 Samuël 3:13, Efeziërs 5:24, Efeziërs 5:24, Efeziërs 5:326die ons bekwaam heeft gemaakt, om bedienaars te worden van een nieuw Verbond, niet van de letter, maar van den Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.stylus1 Timotheüs 6:4, 1 Timotheüs 6:4, Hebreeën 5:12, Hebreeën 5:13, Hebreeën 5:127Welnu, wanneer de bediening des doods, met letters op steen gegrift, in heerlijkheid is geweest, zodat de zonen Israëls het gelaat van Moses niet konden aanstaren om de voorbijgaande glans van zijn aanschijn,stylus2 Korintiërs 8:21, 2 Korintiërs 8:21, Kolossenzen 4:5, 2 Timotheüs 2:26, Kolossenzen 4:58hoe veel te meer moet dan de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn!stylusFilippenzen 1:1, Filippenzen 1:1, Handelingen 6:3, Handelingen 6:6, Titus 2:39En wanneer de bediening der verdoeming heerlijk was, hoeveel te meer moet de bediening der rechtvaardiging overvloeien van heerlijkheid!stylus1 Timotheüs 1:19, 1 Timotheüs 1:19, 2 Johannes 1:9, 2 Johannes 1:10, 2 Johannes 1:910Ja, wat eens verheerlijkt was, is in vergelijking met deze allesovertreffende heerlijkheid toch eigenlijk nooit zó verheerlijkt geweest.stylus1 Timotheüs 5:22, 1 Timotheüs 5:22, 1 Timotheüs 3:13, 1 Timotheüs 3:13, Titus 1:611Want indien het vergankelijke van heerlijkheid is omgeven, hoeveel te meer is dan het onvergankelijke in heerlijkheid!stylusTitus 2:3, Titus 2:3, Titus 3:2, Titus 3:2, 1 Timotheüs 3:212In het bezit van zulk een hoop, tonen we ook grote openhartigheid;stylus1 Timotheüs 3:2, 1 Timotheüs 3:2, 1 Timotheüs 3:4, 1 Timotheüs 3:5, 1 Timotheüs 3:413en wij doen niet als Moses, die een sluier voor zijn gelaat trok, opdat de zonen Israëls het einde niet zouden zien van de voorbijgaande glans.stylusMattheüs 25:21, Mattheüs 25:21, Hebreeën 6:10, Hebreeën 6:10, Handelingen 6:814Waarlijk, hun begrip is er door afgestompt. Want tot op de dag van heden is diezelfde sluier blijven hangen bij de voorlezing van het oude Verbond; want er werd niet ontsluierd, dat het een einde kreeg door Christus.stylusFilemon 1:22, 1 Korintiërs 11:34, Filemon 1:22, 1 Korintiërs 11:34, 1 Timotheüs 4:1315Ja, tot heden toe ligt er een sluier over hun hart, telkens als Moses wordt voorgelezen.stylus1 Petrus 2:5, 1 Petrus 2:5, Efeziërs 2:21, Efeziërs 2:22, Efeziërs 2:2116Maar de sluier wordt weggenomen, als men zich wendt tot den Heer;stylusJohannes 1:14, Johannes 1:14, Hebreeën 1:3, Hebreeën 1:3, Marcus 16:1917want de Heer is de Geest, en waar de Geest des Heren is, daar is vrijheid.stylus18En wij allen spiegelen met ongesluierd gelaat de heerlijkheid des Heren terug, en worden zelfs steeds heerlijker in zijn beeld herschapen, zoals dit door ‘s Heren Geest geschiedt.stylus