1Ik had me daarom voorgenomen, niet meer bij u terug te komen in droefheid.stylus2 Tessalonicenzen 1:3, 2 Tessalonicenzen 1:3, Mattheüs 6:9, Mattheüs 6:10, Mattheüs 6:92Want indien ik ú bedroef, wie moet mij dan verblijden? Tenslotte hij alleen, die zelf door mij zou zijn bedroefd.stylus1 Petrus 2:9, 1 Petrus 2:13, 1 Petrus 2:9, 1 Petrus 2:13, Ezra 6:103En om dezelfde reden heb ik u ook geschreven, opdat ik bij mijn komst niet bedroefd zou worden door hen, over wie ik mij verheugen moest; ik vertrouwde daarbij van u allen, dat mijn blijdschap ook uw aller blijdschap zou zijn.stylusHebreeën 13:16, Hebreeën 13:16, 1 Timotheüs 1:1, 1 Timotheüs 1:1, Romeinen 14:184Waarlijk in grote bekommernis en beklemming van hart heb ik u onder veel tranen geschreven, niet opdat gij bedroefd zoudt worden, maar opdat gij de liefde zoudt leren kennen, die ik u zo vurig toedraag.stylusEzechiël 18:32, Ezechiël 18:32, 2 Petrus 3:9, 2 Petrus 3:9, Ezechiël 18:235Wanneer zeker iemand droefheid heeft veroorzaakt, dan heeft hij niet mij bedroefd, maar enigszins althans, om niet te overdrijven, u allen.stylusGalaten 3:20, Galaten 3:20, 1 Korintiërs 8:6, 1 Korintiërs 8:6, Hebreeën 9:156Voor die persoon is de bestraffing, door de meerderheid opgelegd, voldoende geweest,stylusMattheüs 20:28, Mattheüs 20:28, 1 Petrus 3:18, 1 Petrus 3:18, 1 Johannes 2:17zodat gij hem nu maar vergiffenis moest schenken en bemoedigen, opdat hij niet door overdreven droefheid te gronde gaat.stylusHandelingen 9:15, Handelingen 9:15, 2 Timotheüs 1:11, 2 Timotheüs 1:11, Romeinen 9:18Ik dring er dus op aan, hem door een openlijk besluit weer in liefde aan te nemen.stylusPsalmen 134:2, Psalmen 134:2, Psalmen 63:4, Psalmen 63:4, Hebreeën 10:229Want ook hierom heb ik u geschreven, om proefondervindelijk van u te weten, of gij in alles gehoorzaam zijt.stylus1 Petrus 3:3, 1 Petrus 3:5, 1 Petrus 3:3, 1 Petrus 3:5, Titus 2:310En wien gij iets vergeeft, dien schenk ook ik vergiffenis. En wat ik vergeven heb, —zo ik tenminste iets te vergeven heb, —dat heb ik voor Christus’ aanschijn vergeven om uwentwil,stylus1 Petrus 2:12, 1 Petrus 2:12, 1 Petrus 3:3, 1 Petrus 3:5, 1 Petrus 3:311opdat de satan geen voorsprong op ons krijgt; want over zijn bedoelingen tasten we niet in het duister.stylus1 Korintiërs 14:34, 1 Korintiërs 14:35, 1 Korintiërs 14:34, 1 Korintiërs 14:35, Efeziërs 5:2212Toen ik nu in Troas was aangekomen, om er Christus te preken, en mij door den Heer de deur daartoe was opengezet,stylus1 Korintiërs 14:34, 1 Korintiërs 14:3413had ik toch geen rust voor mijn geest, omdat ik er mijn broeder Titus niet aantrof; maar ik nam afscheid van hen, en vertrok naar Macedónië.stylusGenesis 2:18, Genesis 2:18, 1 Korintiërs 11:8, 1 Korintiërs 11:9, 1 Korintiërs 11:814God zij dank! Overal toch leidt Hij ons rond tot Christus’ triomf; allerwege verspreidt Hij door ons de geur van diens kennis.stylus2 Korintiërs 11:3, 2 Korintiërs 11:3, Genesis 3:6, Genesis 3:6, Genesis 3:1215Want Christus’ geur zijn wij voor God, zowel bij hen die worden gered, als bij hen die ten verderve gaan:stylusTitus 2:12, Titus 2:12, Genesis 3:15, Genesis 3:16, 1 Petrus 4:716voor den één een doodslucht ten dode, voor den ander een levensgeur ten leven. Wie is tot zulk een taak bekwaam?stylus17Wij; daar we niet als veel anderen handel drijven met Gods woord, maar met zuivere bedoelingen spreken, op gezag van God, ten overstaan van God, en in Christus.stylus