Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

1 Korintiërs Hoofdstuk 3

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
1 KORINTIËRS

1 Korintiërs 3

1Ook tot u, broeders, kon ik niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot kinderkens in Christus.
1 Tessalonicenzen 5:25, 1 Tessalonicenzen 5:25, Kolossenzen 4:3, Efeziërs 6:19, Efeziërs 6:20
2Melk heb ik u te drinken gegeven, geen vaste spijs; want gij kondt er nog niet tegen. En ook nu kunt gij het nog niet;
2 Korintiërs 4:3, 2 Korintiërs 4:4, 2 Korintiërs 4:3, 2 Korintiërs 4:4, Romeinen 15:31
3want nog zijt gij vleselijk. Immers, wanneer er onder u naijver is en twist, zijt gij dan niet vleselijk, en wandelt gij niet volgens den mens?
2 Timotheüs 4:18, 2 Timotheüs 4:18, 1 Tessalonicenzen 5:24, 1 Tessalonicenzen 5:24, 1 Korintiërs 10:13
4Want zolang de één zegt: "Ik ben van Paulus", en de ander: "Ik ben van Apollo", zijt gij dan niet louter mensen?
Filippenzen 1:6, Filippenzen 1:6, 1 Tessalonicenzen 4:10, 1 Tessalonicenzen 4:10, Filemon 1:21
5Wat toch is Apollo? Wat is Paulus? Dienaars, door wier toedoen gij het geloof hebt ontvangen; elk op de wijze als de Heer hem gegeven heeft.
Psalmen 119:36, Psalmen 119:36, Deuteronomium 30:6, 1 Kronieken 29:18, Deuteronomium 30:6
6Ik heb geplant, Apollo heeft begoten, maar God heeft wasdom verleend.
2 Tessalonicenzen 3:7, 2 Tessalonicenzen 3:10, 2 Tessalonicenzen 3:11, 2 Tessalonicenzen 3:7, 2 Tessalonicenzen 3:10
7En daarom, noch hij die plant, noch hij die begiet, betekent iets, maar God die wasdom geeft.
2 Tessalonicenzen 3:6, 2 Tessalonicenzen 3:6, 2 Tessalonicenzen 3:9, 2 Tessalonicenzen 3:9, 1 Korintiërs 4:16
8Toch zijn ze één, hij die plant en hij die begiet; en elk zal zijn eigen loon ontvangen, overeenkomstig eigen arbeid.
Mattheüs 6:11, Mattheüs 6:11, 1 Tessalonicenzen 2:9, 1 Tessalonicenzen 2:9, Handelingen 18:3
9Wij zijn Gods medearbeiders; gij zijt Gods akker, Gods bouwwerk.
2 Tessalonicenzen 3:7, 2 Tessalonicenzen 3:7, 1 Korintiërs 9:4, 1 Korintiërs 9:14, 1 Korintiërs 9:4
10Volgens Gods genade, mij geschonken, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd, en een ander bouwt er op. Maar iedereen moet toezien, hoe hij daarop bouwt.
Genesis 3:19, Genesis 3:19, Spreuken 20:4, 1 Tessalonicenzen 4:11, Spreuken 20:4
11Want niemand mag een ander fundament plaatsen, dan wat gelegd is, en dat is Jesus Christus.
1 Timotheüs 5:13, 1 Timotheüs 5:13, 1 Petrus 4:15, 2 Tessalonicenzen 3:6, 1 Petrus 4:15
12Onverschillig of men op dit fundament voortbouwt met goud of zilver, met edelstenen, hout, stro of riet;
1 Tessalonicenzen 4:11, Efeziërs 4:28, 1 Tessalonicenzen 4:11, Efeziërs 4:28, 2 Tessalonicenzen 3:8
13eens zal ieders werk bekend worden gemaakt. Immers de Dag zal het aantonen; want in vuur openbaart hij zich, en het vuur zal uitwijzen, van wat gehalte het werk van een ieder is.
Galaten 6:9, Galaten 6:10, Galaten 6:9, Galaten 6:10, Hebreeën 12:3
14Houdt het werk, dat hij heeft opgebouwd, stand, dan zal hij loon ontvangen.
Titus 3:10, Titus 3:10, 1 Korintiërs 5:11, 1 Korintiërs 5:11, 2 Tessalonicenzen 3:6
15Zo zijn werk verbrandt, dan zal hij schade lijden; hij zal wel behouden worden, maar zó, dat hij eerst door het vuur moet.
Titus 3:10, Titus 3:10, 1 Tessalonicenzen 5:14, 1 Korintiërs 5:5, 1 Tessalonicenzen 5:14
16Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat Gods Geest in u woont?
Psalmen 29:11, Psalmen 29:11, Johannes 16:33, Johannes 16:33, Mattheüs 1:23
17Zo iemand Gods tempel ten verderve brengt, dan zal God ook hem verderven. Want heilig is Gods tempel, en dat zijt gij.
1 Korintiërs 16:21, 1 Korintiërs 16:21, 2 Tessalonicenzen 1:5, 1 Samuël 17:18, Jozua 2:12
18Niemand bedriege zichzelf Zo iemand wijs onder u meent te zijn, hij moet dwaas naar deze wereld worden, om wijs te zijn.
Romeinen 16:20, Romeinen 16:20, Romeinen 16:23, Romeinen 16:23
19Immers de wijsheid dezer wereld is dwaasheid voor God. Want er staat geschreven: "Hij, die de wijzen in hun eigen arglistigheid vat."
20En eveneens: "De Heer weet, dat de gedachten der wijzen ijdel zijn."
21Niemand mag dus op mensen roemen. Want alles is het uwe:
22Paulus, Apollo, Kefas, wereld, leven, dood, heden, toekomst. Alles is het uwe;
23maar gij behoort aan Christus, en Christus aan God.

Andere Boeken

1 Korintiërs2 KorintiërsGalaten+

Andere Boeken

1 KorintiërsHfst. 3
2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward