1Ook tot u, broeders, kon ik niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot kinderkens in Christus.stylus1 Tessalonicenzen 5:25, 1 Tessalonicenzen 5:25, Kolossenzen 4:3, Efeziërs 6:19, Efeziërs 6:202Melk heb ik u te drinken gegeven, geen vaste spijs; want gij kondt er nog niet tegen. En ook nu kunt gij het nog niet;stylus2 Korintiërs 4:3, 2 Korintiërs 4:4, 2 Korintiërs 4:3, 2 Korintiërs 4:4, Romeinen 15:313want nog zijt gij vleselijk. Immers, wanneer er onder u naijver is en twist, zijt gij dan niet vleselijk, en wandelt gij niet volgens den mens?stylus2 Timotheüs 4:18, 2 Timotheüs 4:18, 1 Tessalonicenzen 5:24, 1 Tessalonicenzen 5:24, 1 Korintiërs 10:134Want zolang de één zegt: "Ik ben van Paulus", en de ander: "Ik ben van Apollo", zijt gij dan niet louter mensen?stylusFilippenzen 1:6, Filippenzen 1:6, 1 Tessalonicenzen 4:10, 1 Tessalonicenzen 4:10, Filemon 1:215Wat toch is Apollo? Wat is Paulus? Dienaars, door wier toedoen gij het geloof hebt ontvangen; elk op de wijze als de Heer hem gegeven heeft.stylusPsalmen 119:36, Psalmen 119:36, Deuteronomium 30:6, 1 Kronieken 29:18, Deuteronomium 30:66Ik heb geplant, Apollo heeft begoten, maar God heeft wasdom verleend.stylus2 Tessalonicenzen 3:7, 2 Tessalonicenzen 3:10, 2 Tessalonicenzen 3:11, 2 Tessalonicenzen 3:7, 2 Tessalonicenzen 3:107En daarom, noch hij die plant, noch hij die begiet, betekent iets, maar God die wasdom geeft.stylus2 Tessalonicenzen 3:6, 2 Tessalonicenzen 3:6, 2 Tessalonicenzen 3:9, 2 Tessalonicenzen 3:9, 1 Korintiërs 4:168Toch zijn ze één, hij die plant en hij die begiet; en elk zal zijn eigen loon ontvangen, overeenkomstig eigen arbeid.stylusMattheüs 6:11, Mattheüs 6:11, 1 Tessalonicenzen 2:9, 1 Tessalonicenzen 2:9, Handelingen 18:39Wij zijn Gods medearbeiders; gij zijt Gods akker, Gods bouwwerk.stylus2 Tessalonicenzen 3:7, 2 Tessalonicenzen 3:7, 1 Korintiërs 9:4, 1 Korintiërs 9:14, 1 Korintiërs 9:410Volgens Gods genade, mij geschonken, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd, en een ander bouwt er op. Maar iedereen moet toezien, hoe hij daarop bouwt.stylusGenesis 3:19, Genesis 3:19, Spreuken 20:4, 1 Tessalonicenzen 4:11, Spreuken 20:411Want niemand mag een ander fundament plaatsen, dan wat gelegd is, en dat is Jesus Christus.stylus1 Timotheüs 5:13, 1 Timotheüs 5:13, 1 Petrus 4:15, 2 Tessalonicenzen 3:6, 1 Petrus 4:1512Onverschillig of men op dit fundament voortbouwt met goud of zilver, met edelstenen, hout, stro of riet;stylus1 Tessalonicenzen 4:11, Efeziërs 4:28, 1 Tessalonicenzen 4:11, Efeziërs 4:28, 2 Tessalonicenzen 3:813eens zal ieders werk bekend worden gemaakt. Immers de Dag zal het aantonen; want in vuur openbaart hij zich, en het vuur zal uitwijzen, van wat gehalte het werk van een ieder is.stylusGalaten 6:9, Galaten 6:10, Galaten 6:9, Galaten 6:10, Hebreeën 12:314Houdt het werk, dat hij heeft opgebouwd, stand, dan zal hij loon ontvangen.stylusTitus 3:10, Titus 3:10, 1 Korintiërs 5:11, 1 Korintiërs 5:11, 2 Tessalonicenzen 3:615Zo zijn werk verbrandt, dan zal hij schade lijden; hij zal wel behouden worden, maar zó, dat hij eerst door het vuur moet.stylusTitus 3:10, Titus 3:10, 1 Tessalonicenzen 5:14, 1 Korintiërs 5:5, 1 Tessalonicenzen 5:1416Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat Gods Geest in u woont?stylusPsalmen 29:11, Psalmen 29:11, Johannes 16:33, Johannes 16:33, Mattheüs 1:2317Zo iemand Gods tempel ten verderve brengt, dan zal God ook hem verderven. Want heilig is Gods tempel, en dat zijt gij.stylus1 Korintiërs 16:21, 1 Korintiërs 16:21, 2 Tessalonicenzen 1:5, 1 Samuël 17:18, Jozua 2:1218Niemand bedriege zichzelf Zo iemand wijs onder u meent te zijn, hij moet dwaas naar deze wereld worden, om wijs te zijn.stylusRomeinen 16:20, Romeinen 16:20, Romeinen 16:23, Romeinen 16:2319Immers de wijsheid dezer wereld is dwaasheid voor God. Want er staat geschreven: "Hij, die de wijzen in hun eigen arglistigheid vat."stylus20En eveneens: "De Heer weet, dat de gedachten der wijzen ijdel zijn."stylus21Niemand mag dus op mensen roemen. Want alles is het uwe:stylus22Paulus, Apollo, Kefas, wereld, leven, dood, heden, toekomst. Alles is het uwe;stylus23maar gij behoort aan Christus, en Christus aan God.stylus