Wijsheid 3 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
Wijsheid 3
1Maar de zielen der rechtvaardigen zijn in Gods hand; Geen kwelling kan hen deren.
2In het oog der dwazen was het, of zij stierven; Men beschouwde hun einde wel als een ramp,
3En hun heengaan van ons als het einde van alles: Maar toch zijn zij in vrede.
4Want al scheen het voor de mensen, dat ze werden gestraft, Toch is het de onsterfelijkheid, die hen wacht,
5En na die korte kastijding worden ze rijkelijk beloond. Want God was het, die hen beproefde En hen Zijner waardig bevond;
6Als goud in de smeltoven heeft Hij hen beproefd, Maar als een aangenaam brandoffer hen aanvaard.
7Als de tijd van hun vergelding komt zullen zij schitteren Als sprankelende vonken in een stoppelveld;
8Zij zullen de volkeren richten en de naties beheersen, En de Heer zal hun koning zijn voor eeuwig.
9Die op Hem hopen, zullen zijn trouw ondervinden, En die Hem trouw zijn, in zijn liefde verblijven; Want genade en erbarming vallen zijn uitverkorenen ten deel.
10Maar de zondaars worden naar hun gezindheid bestraft, Omdat ze den vrome verachten en den Heer verlaten.
11Want ongelukkig, wie wijsheid en tucht versmaden! Ijdel is hun hoop en hun zwoegen vergeefs, Nutteloos zijn hun werken;
12Hun vrouwen zijn onbezonnen, Hun kinderen slecht;
13Vervloekt is hun geslacht! Maar gelukkig de kinderloze, die haar reinheid bewaart, En haar sponde zondeloos weet: Bij de vergelding der zielen oogst zij haar vrucht!
14Zo ook de eunuch, die geen boosheid bedrijft, En geen kwaad begeert tegen den Heer; Want een heerlijk loon ontvangt hij voor zijn trouw, Een kostelijk aandeel in de tempel des Heren.
15Overheerlijk toch is de vrucht der goede werken, En de wortel der wijsheid blijft onvergankelijk.
16Maar de kinderen van echtbrekers gedijen niet; Kroost, dat in zonde verwekt is, gaat te gronde.
17Al leven ze ook lang, ze zijn niet in tel, En eerloos is ten slotte hun ouderdom;
18En sterven ze jong, ze hebben geen hoop, Geen vertroosting op de dag van het oordeel.
19Want rampzalig is het einde van een boos geslacht!
Wijsheid 3
1Maar de zielen der rechtvaardigen zijn in de hand Gods, en geen kwaal zal hen aanraken.
2Zij schijnen in de ogen der dwazen te sterven, en hun uitgang wordt voor kwelling gerekend.
3En hun afscheiden van ons schijnt hun te zijn een vernieling, maar zij zijn in vrede.
4Want of zij wel in het gezicht der mensen gepijnigd worden, zo is nochtans hun hoop vol onsterfelijkheid.
5Zijnde een weinig getuchtigd geweest, zullen zij grote weldaden genieten, omdat God hen heeft beproefd, en hen zijns waardig heeft bevonden.
6Hij heeft hen beproefd gelijk goud in een smeltoven, en hen aangenomen als een brandoffer.
7Ten tijde van hun bezoeking zullen zij blinken, en over en weer lopen, gelijk de vonken in de stoppelen.
8Zij zullen de heidenen oordelen, en over de volken heersen, en de Here zal als koning in eeuwigheid over hen regeren.
9Die op hem betrouwen zullen de waarheid verstaan, en de gelovigen zullen in liefde bij hem blijven, want genade en barmhartigheid is in zijn heiligen, en opzicht over zijn uitverkorenen.
10Maar de goddelozen zullen gestraft worden gelijk zij gedacht hebben; die de rechtvaardige niet hebben geacht, en van de Here zijn afgeweken.
11Want hij is ellendig die de wijsheid en tucht veracht, en hun hoop is ijdel, en hun moeiten zijn tevergeefs, en hun werken onnut.
12Hun vrouwen zijn dwaas, en hun kinderen boos.
13Hun geslacht is vervloekt, daarom is de onvruchtbare zalig, die onbevlekt is, welke het bed niet heeft gekend in overtreding, zij zal de vrucht genieten in de bezoeking der zielen.
14En de gesnedene is zalig die geen onrecht met zijn hand gewrocht, noch boze dingen tegen de Here, gedacht heeft, want hem zal gegeven worden een uitverkoren genade des geloofs, en een zeer aangenaam lot in de tempel des Heren.
15Want de vrucht van de goede arbeid is heerlijk, en de wortel der wijsheid vervalt niet.
16Maar de kinderen der echtbrekers zullen niet volkomen worden, en het zaad van een onwettig bed zal verdwijnen.
17Want indien zij al lang zouden leven, zo zullen zij toch voor niets geacht worden, en hun ouderdom zal op het laatste zonder eer zijn.
18Indien zij haast komen te sterven, zo zullen zij geen hoop hebben, noch troost in de dag des oordeels.
19Want het einde van het onrechtvaardige geslacht is zwaar.
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Wijsheid 3
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of Wijsheid 3 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: Wijsheid 3:16
"Maar de kinderen van echtbrekers gedijen niet; Kroost, dat in zonde verwekt is, gaat te gronde."
"Maar de kinderen der echtbrekers zullen niet volkomen worden, en het zaad van een onwettig bed zal verdwijnen."





