13
Want ofschoon hij van zijn prilste jeugd steeds godvrezend was geweest en Gods geboden had onderhouden, en nu met blindheid was geslagen, morde hij toch niet tegen God;
compare_arrows
Vergelijk Vertalingen
Statenvertaling (Apocriefe)
DutSVVA[2:14] En toen zij bij mij gekomen was, begon het te blaten; en ik zeide tot haar: Vanwaar komt dit bokje, is het niet gestolen? Geeft het de rechte heer weder, want het is ons niet geoorloofd te eten hetgeen gestolen is. En zij zeide: Het is mij tot een geschenk gegeven boven het loon; doch ik geloofde haar niet, en zeide dat zij het de heren weder geven zoude.
Canisius 1939Primary
NlCanisius1939Want ofschoon hij van zijn prilste jeugd steeds godvrezend was geweest en Gods geboden had onderhouden, en nu met blindheid was geslagen, morde hij toch niet tegen God;





