1Hoe heeft dan, naar onze redenering, Abraham, onze Vader naar het vlees, de gerechtigheid verkregen?stylusKolossenzen 1:10, Kolossenzen 1:10, 2 Tessalonicenzen 1:3, 2 Tessalonicenzen 1:3, 2 Petrus 3:182Wanneer Abraham gerechtvaardigd is op grond van zijn werken, dan inderdaad kan hij roemen. Maar hij kan dit niet tegenover God.stylusMattheüs 28:20, Mattheüs 28:20, Ezechiël 3:17, Ezechiël 3:17, 2 Tessalonicenzen 3:63Want wat zegt de Schrift? "Abraham heeft in God geloofd, en dit werd hem als gerechtigheid toegerekend."stylus1 Petrus 4:2, 1 Petrus 4:2, 1 Tessalonicenzen 5:23, 1 Tessalonicenzen 5:23, Romeinen 12:24Welnu, wanneer iemand werkt, dan wordt hem het loon niet toegerekend als gunst, maar volgens recht;stylus1 Korintiërs 7:9, 1 Korintiërs 7:9, Romeinen 12:1, Romeinen 12:1, Hebreeën 13:45maar wanneer iemand niet werkt, doch in Hem gelooft, die den goddeloze rechtvaardig maakt, dan wordt zijn geloof hem als gerechtigheid toegerekend.stylusGalaten 4:8, Galaten 4:8, Handelingen 17:30, Handelingen 17:31, Handelingen 17:306Zó ook prijst David den mens zalig, wien God gerechtigheid toerekent zonder werken:stylusHebreeën 13:4, Hebreeën 13:4, Exodus 20:17, Romeinen 12:19, Exodus 20:177"Gelukkig zij, wier ongerechtigheden zijn vergeven, En wier zonden zijn bedekt.stylusLeviticus 11:44, Leviticus 11:44, Efeziërs 1:4, Efeziërs 1:4, 1 Petrus 2:98Gelukkig de mens, wien de Heer de zonde niet toerekent."stylus1 Johannes 3:24, 1 Johannes 3:24, Lucas 10:16, Lucas 10:16, 1 Samuël 8:79Geldt nu deze zaligspreking de besnedenen of ook de onbesnedenen? We houden immers vol: "Aan Abraham werd het geloof als gerechtigheid toegerekend".stylus1 Johannes 3:11, 1 Johannes 3:11, Romeinen 12:10, Romeinen 12:10, 1 Johannes 3:2310In welke staat dan is het hem toegerekend; besneden of onbesneden? Niet toen hij besneden, maar toen hij onbesneden was;stylusFilippenzen 1:9, Filippenzen 1:9, 1 Tessalonicenzen 3:12, 1 Tessalonicenzen 3:12, 2 Tessalonicenzen 1:311het teken der besnijdenis ontving hij slechts als bezegeling van de gerechtigheid door het geloof, die hij vóór de besnijdenis had ontvangen. Zó is hij de Vader geworden van allen, die geloven zonder besneden te zijn, opdat ook hùn de gerechtigheid zou worden toegerekend;stylusEfeziërs 4:28, Efeziërs 4:28, Prediker 4:6, Prediker 4:6, 1 Petrus 3:412maar ook de Vader van de besnedenen, die niet enkel besneden zijn, doch ook het geloof navolgen, dat onze vader Abraham vóór zijn besnijdenis bezat.stylusKolossenzen 4:5, Kolossenzen 4:5, 1 Petrus 2:12, 1 Petrus 2:12, Romeinen 12:1713Neen, niet ter wille van de Wet, maar terwille. van de gerechtigheid des geloofs is aan Abraham en zijn kroost de Belofte gedaan, dat hij de wereld zou erven.stylusDaniël 12:2, Daniël 12:2, 1 Tessalonicenzen 4:15, 1 Tessalonicenzen 4:15, 1 Korintiërs 15:1814Want wanneer zij erfgenamen waren geweest uit kracht van de Wet, dan was het geloof waardeloos en de Belofte zonder gevolg;stylusRomeinen 8:11, Romeinen 8:11, Jesaja 26:19, Filippenzen 3:20, Filippenzen 3:2115de Wet toch verwekt toorn, maar waar geen wet is, daar is ook geen overtreding.stylus1 Korintiërs 15:51, 1 Korintiërs 15:53, 1 Korintiërs 15:51, 1 Korintiërs 15:53, 2 Korintiërs 4:1416Dus zijn ze het uit kracht van het geloof, opdat ze het zouden wezen uit genade, en opdat de Belofte aan heel het nageslacht verzekerd zou zijn: niet alleen aan hen, die uit de Wet, maar ook aan hen, die uit het geloof van Abraham stammen. Hij is ons aller Vader,stylus1 Korintiërs 15:51, 1 Korintiërs 15:52, 1 Korintiërs 15:51, 1 Korintiërs 15:52, Openbaring 1:717zoals geschreven staat: "Tot een vader van vele volken heb ik u gesteld," juist omdat hij geloofde in God, die de doden ten leven verwekt en bij name noemt wat niet bestaat, als was het er reeds.stylus1 Korintiërs 15:52, 1 Korintiërs 15:52, Openbaring 11:12, Openbaring 11:12, Johannes 14:318Hij heeft tegen alle hoop in toch geloofd, dat hij een vader van vele volken zou worden, zoals was gezegd: "Zo talrijk zal uw nakroost zijn".stylus1 Tessalonicenzen 5:11, 1 Tessalonicenzen 5:11, 1 Tessalonicenzen 5:14, 1 Tessalonicenzen 5:14, Lucas 21:2819En zonder in het geloof te verflauwen, peinsde hij over zijn eigen uitgeleefd lichaam, hij was reeds ongeveer honderd jaar oud, -en over Sara’s dode schoot.stylus20Neen, hij heeft niet door ongeloof aan Gods belofte getwijfeld, maar hij werd in zijn geloof nog versterkt, gaf eer aan God,stylus21en bleef ten volle overtuigd, dat Deze machtig is, om te verwezenlijken, wat Hij beloofd heeft.stylus22Dit werd hem dan ook tot gerechtigheid toegerekend.stylus23Maar het is niet om hèm alleen, dat er geschreven staat: "het werd hem toegerekend,"stylus24doch ook terwille van ons, wien het toegerekend zal worden, zo we geloven in Hem, die Jesus uit de doden heeft opgewekt; onzen Heer,stylus25die overgeleverd werd om onze ongerechtigheden, en opgewekt om onze rechtvaardiging.stylus