1Maar dan zijt ook gij niet te verontschuldigen, gij mens, die oordelen durft, wie ge ook zijt. Want, waarin ge een ander oordeelt, veroordeelt ge uzelf; gij rechter. ge doet juist hetzelfde.stylus2 Tessalonicenzen 3:1, 2 Tessalonicenzen 3:1, 1 Korintiërs 15:2, 1 Tessalonicenzen 2:13, 1 Korintiërs 15:582Welnu, we weten, dat Gods oordeel onpartijdig allen treft, die dergelijke dingen doen.stylusHandelingen 4:13, Handelingen 4:13, Handelingen 16:22, Handelingen 16:24, Handelingen 16:223En meent ge dan, dat ge zelf Gods oordeel ontgaan zult, gij mens, die een oordeel velt over anderen, die dergelijke daden bedrijven, maar die juist hetzelfde doet?stylus2 Korintiërs 4:2, 2 Korintiërs 2:17, 2 Korintiërs 4:2, 2 Korintiërs 2:17, 1 Tessalonicenzen 2:54Of begrijpt ge de rijkdom van zijn goedheid, geduld en lankmoedigheid verkeerd, en beseft ge niet, dat Gods goedheid u aanspoort tot boete?stylusGalaten 1:10, Galaten 1:10, Romeinen 8:27, Romeinen 8:27, Galaten 2:75Maar dan stapelt ge door uw verstoktheid en door uw onboetvaardig hart toorn op voor uzelf tegen de Dag van de toorn en van de komst van het rechtvaardig oordeel Gods.stylusHandelingen 20:33, Romeinen 1:9, 2 Korintiërs 12:17, Handelingen 20:33, Romeinen 1:96Hij zal ieder naar zijn werken vergelden:stylusGalaten 1:10, Galaten 1:10, 1 Tessalonicenzen 2:9, 1 Tessalonicenzen 2:9, Johannes 5:447Het eeuwig leven aan hen, die door volharding in het goede, naar glorie en eer en onsterflijkheid streven;stylus1 Tessalonicenzen 2:11, 1 Tessalonicenzen 2:11, Jesaja 66:13, Jesaja 66:13, Jesaja 49:238maar toorn en gramschap aan hen, die door hun partijzucht ongehoorzaam zijn aan de waarheid en luisteren naar de ongerechtigheid.stylus1 Johannes 3:16, 1 Johannes 3:16, 2 Korintiërs 12:15, 2 Korintiërs 12:15, Filippenzen 2:179Kommer en angst naar de ziel voor iederen mens, die het kwade verricht, eerst voor den Jood en dan voor den Griek;stylus2 Tessalonicenzen 3:7, 2 Tessalonicenzen 3:9, 2 Tessalonicenzen 3:7, 2 Tessalonicenzen 3:9, 2 Korintiërs 11:910glorie, eer en vrede voor ieder, die het goede verricht, eerst voor den Jood, en dan voor den Griek.stylus1 Petrus 5:3, 2 Korintiërs 1:12, 1 Tessalonicenzen 1:5, 1 Petrus 5:3, 2 Korintiërs 1:1211Want bij God is geen aanzien des persoons.stylus1 Korintiërs 4:14, 1 Korintiërs 4:15, 1 Korintiërs 4:14, 1 Korintiërs 4:15, 1 Timotheüs 5:2112Immers, wie buiten de Wet heeft gezondigd, zal ook verloren gaan buiten de Wet; en wie gezondigd heeft onder de Wet, zal worden geoordeeld volgens de Wet.stylusEfeziërs 4:1, Efeziërs 4:1, 1 Johannes 2:6, 1 Johannes 2:6, 1 Johannes 1:613Want niet zij, die de Wet horen, zijn rechtvaardig voor God; maar zij, die de Wet volbrengen, zullen gerechtvaardigd worden.stylusHebreeën 4:12, Hebreeën 4:12, Romeinen 10:17, Romeinen 10:17, 1 Petrus 1:2314Welnu, wanneer de heidenen, die de Wet niet bezitten, natuurlijkerwijze de voorschriften der Wet onderhouden, dan zijn ze zonder de Wet zichzelf tot wet.stylus1 Tessalonicenzen 3:4, 1 Tessalonicenzen 3:4, Hebreeën 5:7, Hebreeën 5:8, Hebreeën 10:3315Ze tonen dan, dat de voorschriften der Wet in hun hart staan geschreven, en hun geweten legt dezelfde getuigenis af; zo ook hun gedachten, die beurtelings hen zullen aanklagen of vrijpleitenstylusMattheüs 5:12, Mattheüs 5:12, Handelingen 2:23, Lucas 11:48, Lucas 11:5316op de Dag, dat God de verborgen daden der mensen door Christus Jesus zal oordelen, naar mijn EvangeliestylusHandelingen 17:13, Handelingen 17:13, Handelingen 14:19, Handelingen 14:19, Mattheüs 23:3217Maar gij, zo ge u Jood noemt, zo ge steunt op de Wet en u op God beroemt,stylusKolossenzen 2:5, Kolossenzen 2:5, 1 Korintiërs 5:3, 1 Korintiërs 5:3, 1 Tessalonicenzen 3:618zo ge zijn wil kent, en onderricht door de Wet, het goed van het kwaad onderscheidt,stylusRomeinen 15:22, Romeinen 15:22, Romeinen 1:13, Romeinen 1:13, Openbaring 2:1019zo ge de overtuiging bezit, dat ge een leidsman zijt voor de blinden, een licht voor wie in het duister zijn,stylusFilippenzen 4:1, Filippenzen 4:1, Filippenzen 2:16, 1 Tessalonicenzen 3:13, Filippenzen 2:1620een opvoeder van onwetenden, een leermeester voor onmondigen, daar ge in de Wet de maatstaf bezit van kennis en waarheid:stylus2 Korintiërs 1:14, 2 Korintiërs 1:14, 1 Korintiërs 11:7, 1 Korintiërs 11:7, Spreuken 17:621onderwijst ge uzelf dan niet, terwijl ge anderen onderricht?. Gij die preekt, dat men niet stelen mag, ge steelt?stylus22Gij die overspel verbiedt, ge zijt een overspelige? Gij die van de afgoden gruwt, ge plundert hun tempels?stylus23Gij die pocht op de Wet, ge onteert God door overtreding der Wet;stylus24want "door uw schuld wordt de naam van God onder de heidenen gelasterd," zoals er geschreven staat.stylus25Zeker, de besnijdenis strekt tot nut, zo ge de Wet onderhoudt; maar zo ge de Wet overtreedt, dan staat uw besnijdenis met onbesnedenheid gelijk.stylus26Wanneer dus de onbesnedene de voorschriften der Wet onderhoudt, zal dan zijn onbesnedenheid niet voor besnijdenis gelden?stylus27En zal dan de onbesnedene, die in zijn natuurlijke staat is gebleven, maar toch de Wet onderhoudt, geen rechter worden over u, die trots letter en besnijdenis de Wet overtreedt?stylus28Immers niet hij is een Jood, die het uiterlijk is; en dit is geen besnijdenis, die uiterlijk geschiedt in het vlees;stylus29maar hij is een Jood, die het is in zijn binnenste; en dit is besnijdenis, die geschiedt in het hart, naar de geest en niet naar de letter; -zo iemand krijgt lof, niet van de mensen, maar van God.stylus