Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking

Kolossenzen 3 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)

chevron_leftchevron_right

Kolossenzen 3

1Zo gij dan met Christus verrezen zijt, zoekt dan ook naar wat hierboven is: waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand.

2Weest bedacht op wat daarboven is, en niet op het aardse.

3Want gij zijt dood, en uw leven is met Christus verborgen in God.

4Maar wanneer Christus, ons leven, wordt geopenbaard, dan zult ook gij geopenbaard worden in glorie, tezamen met Hem.

5Doodt dan wat aards is in uw leden: ontucht, onreinheid, drift, boze begeerte en hebzucht, welke ten slotte afgoderij is;

6door dit alles komt Gods toorn.

7Zeker, dit alles hebt gij vroeger gedaan, toen gij daarin hebt geleefd.

8Maar thans moet ook gij dit alles afleggen: toorn, gramschap, boosheid, laster, oneerbare taal uit uw mond;

9bedriegt elkander niet. Want gij hebt den ouden mens afgelegd met zijn practijken,

10en aangetrokken den nieuwen mens, die tot beter inzicht vernieuwd is naar het beeld van zijn Schepper.

11Zó is er geen Griek meer of Jood, geen besnedene of onbesnedene, geen barbaar en geen Scyt, geen slaaf en geen vrije; maar Christus is alles in allen.

12Bekleedt u dan, als Gods uitverkoren heiligen en geliefden, met innige barmhartigheid, met goedheid, ootmoed, zachtheid en lankmoedigheid.

13Weest verdraagzaam jegens elkander en vergeeft elkander, als gij over elkaar hebt te klagen; zoals de Heer ú heeft vergeven, zo moet ook gij het doen.

14Trekt over dit alles de liefde aan, die de band is der volmaaktheid.

15In uw harten heerse ook de vrede van Christus; want daartoe zijt gij tot één lichaam geroepen. Weest dankbaar bovendien!

16Moge Christus’ woord in u wonen in rijke overvloed! Leert en vermaant elkander met allerlei wijsheid! Looft God in uw harten op lieflijke wijze, met psalmen, gezangen en geestelijke liederen.

17En al wat gij doet, door woord of door daad, doet het in de naam van Jesus den Heer, en betuigt dan door Hem aan God den Vader uw dank!

18Gij vrouwen, weest onderdanig aan uw mannen, zoals het uw plicht is in den Heer.

19Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en weest niet ongenietbaar jegens haar.

20Gij kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles; want dit is welgevallig in den Heer.

21Gij vaders, verbittert uw kinderen niet, opdat ze niet onverschillig gaan worden.

22Gij slaven, gehoorzaamt uw aardse meesters in alles, niet als ogendienaars, die mensen behagen, maar in eenvoud van hart, uit vrees voor den Heer.

23Al wat gij doet, doet het van harte, als voor den Heer en niet als voor mensen;

24gij weet toch, dat gij van den Heer het erfdeel als loon zult ontvangen. Weest slaven van Christus, den Heer!

25Want wie onrecht doet, zal zijn onrecht moeten boeten; er bestaat geen aanzien van personen.

Kolossenzen 3

1Indiën gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.

2Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

3Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.

4Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

5Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.

6Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid;

7In dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet.

8Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uwen mond.

9Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken,

10En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;

11Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen.

12Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid;

13Verdragende elkander, en vergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo.

14En boven dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid.

15En de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in een lichaam; en weest dankbaar.

16Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.

17En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem.

18Gij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in den Heere.

19Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen haar.

20Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in alles, want dat is den Heere welbehagelijk.

21Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.

22Gij dienstknechten, zijt in alles gehoorzaam uw heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoudigheid des harten, vrezende God.

23En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen;

24Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient den Heere Christus.

25Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming des persoons.

Kolossenzen 3

1Zo gij dan met Christus verrezen zijt, zoekt dan ook naar wat hierboven is: waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand.

2Weest bedacht op wat daarboven is, en niet op het aardse.

3Want gij zijt dood, en uw leven is met Christus verborgen in God.

4Maar wanneer Christus, ons leven, wordt geopenbaard, dan zult ook gij geopenbaard worden in glorie, tezamen met Hem.

5Doodt dan wat aards is in uw leden: ontucht, onreinheid, drift, boze begeerte en hebzucht, welke ten slotte afgoderij is;

6door dit alles komt Gods toorn.

7Zeker, dit alles hebt gij vroeger gedaan, toen gij daarin hebt geleefd.

8Maar thans moet ook gij dit alles afleggen: toorn, gramschap, boosheid, laster, oneerbare taal uit uw mond;

9bedriegt elkander niet. Want gij hebt den ouden mens afgelegd met zijn practijken,

10en aangetrokken den nieuwen mens, die tot beter inzicht vernieuwd is naar het beeld van zijn Schepper.

11Zó is er geen Griek meer of Jood, geen besnedene of onbesnedene, geen barbaar en geen Scyt, geen slaaf en geen vrije; maar Christus is alles in allen.

12Bekleedt u dan, als Gods uitverkoren heiligen en geliefden, met innige barmhartigheid, met goedheid, ootmoed, zachtheid en lankmoedigheid.

13Weest verdraagzaam jegens elkander en vergeeft elkander, als gij over elkaar hebt te klagen; zoals de Heer ú heeft vergeven, zo moet ook gij het doen.

14Trekt over dit alles de liefde aan, die de band is der volmaaktheid.

15In uw harten heerse ook de vrede van Christus; want daartoe zijt gij tot één lichaam geroepen. Weest dankbaar bovendien!

16Moge Christus’ woord in u wonen in rijke overvloed! Leert en vermaant elkander met allerlei wijsheid! Looft God in uw harten op lieflijke wijze, met psalmen, gezangen en geestelijke liederen.

17En al wat gij doet, door woord of door daad, doet het in de naam van Jesus den Heer, en betuigt dan door Hem aan God den Vader uw dank!

18Gij vrouwen, weest onderdanig aan uw mannen, zoals het uw plicht is in den Heer.

19Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en weest niet ongenietbaar jegens haar.

20Gij kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles; want dit is welgevallig in den Heer.

21Gij vaders, verbittert uw kinderen niet, opdat ze niet onverschillig gaan worden.

22Gij slaven, gehoorzaamt uw aardse meesters in alles, niet als ogendienaars, die mensen behagen, maar in eenvoud van hart, uit vrees voor den Heer.

23Al wat gij doet, doet het van harte, als voor den Heer en niet als voor mensen;

24gij weet toch, dat gij van den Heer het erfdeel als loon zult ontvangen. Weest slaven van Christus, den Heer!

25Want wie onrecht doet, zal zijn onrecht moeten boeten; er bestaat geen aanzien van personen.

Kolossenzen 3:1
NlCanisius1939

Zo gij dan met Christus verrezen zijt, zoekt dan ook naar wat hierboven is: waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand.

DutSVVA

Indiën gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.

2
NlCanisius1939

Weest bedacht op wat daarboven is, en niet op het aardse.

DutSVVA

Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

3
NlCanisius1939

Want gij zijt dood, en uw leven is met Christus verborgen in God.

DutSVVA

Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.

4
NlCanisius1939

Maar wanneer Christus, ons leven, wordt geopenbaard, dan zult ook gij geopenbaard worden in glorie, tezamen met Hem.

DutSVVA

Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

5
NlCanisius1939

Doodt dan wat aards is in uw leden: ontucht, onreinheid, drift, boze begeerte en hebzucht, welke ten slotte afgoderij is;

DutSVVA

Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.

6
NlCanisius1939

door dit alles komt Gods toorn.

DutSVVA

Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid;

7
NlCanisius1939

Zeker, dit alles hebt gij vroeger gedaan, toen gij daarin hebt geleefd.

DutSVVA

In dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet.

8
NlCanisius1939

Maar thans moet ook gij dit alles afleggen: toorn, gramschap, boosheid, laster, oneerbare taal uit uw mond;

DutSVVA

Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uwen mond.

9
NlCanisius1939

bedriegt elkander niet. Want gij hebt den ouden mens afgelegd met zijn practijken,

DutSVVA

Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken,

10
NlCanisius1939

en aangetrokken den nieuwen mens, die tot beter inzicht vernieuwd is naar het beeld van zijn Schepper.

DutSVVA

En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;

11
NlCanisius1939

Zó is er geen Griek meer of Jood, geen besnedene of onbesnedene, geen barbaar en geen Scyt, geen slaaf en geen vrije; maar Christus is alles in allen.

DutSVVA

Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen.

12
NlCanisius1939

Bekleedt u dan, als Gods uitverkoren heiligen en geliefden, met innige barmhartigheid, met goedheid, ootmoed, zachtheid en lankmoedigheid.

DutSVVA

Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid;

13
NlCanisius1939

Weest verdraagzaam jegens elkander en vergeeft elkander, als gij over elkaar hebt te klagen; zoals de Heer ú heeft vergeven, zo moet ook gij het doen.

DutSVVA

Verdragende elkander, en vergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo.

14
NlCanisius1939

Trekt over dit alles de liefde aan, die de band is der volmaaktheid.

DutSVVA

En boven dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid.

15
NlCanisius1939

In uw harten heerse ook de vrede van Christus; want daartoe zijt gij tot één lichaam geroepen. Weest dankbaar bovendien!

DutSVVA

En de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in een lichaam; en weest dankbaar.

16
NlCanisius1939

Moge Christus’ woord in u wonen in rijke overvloed! Leert en vermaant elkander met allerlei wijsheid! Looft God in uw harten op lieflijke wijze, met psalmen, gezangen en geestelijke liederen.

DutSVVA

Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.

17
NlCanisius1939

En al wat gij doet, door woord of door daad, doet het in de naam van Jesus den Heer, en betuigt dan door Hem aan God den Vader uw dank!

DutSVVA

En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem.

18
NlCanisius1939

Gij vrouwen, weest onderdanig aan uw mannen, zoals het uw plicht is in den Heer.

DutSVVA

Gij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in den Heere.

19
NlCanisius1939

Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en weest niet ongenietbaar jegens haar.

DutSVVA

Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen haar.

20
NlCanisius1939

Gij kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles; want dit is welgevallig in den Heer.

DutSVVA

Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in alles, want dat is den Heere welbehagelijk.

21
NlCanisius1939

Gij vaders, verbittert uw kinderen niet, opdat ze niet onverschillig gaan worden.

DutSVVA

Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.

22
NlCanisius1939

Gij slaven, gehoorzaamt uw aardse meesters in alles, niet als ogendienaars, die mensen behagen, maar in eenvoud van hart, uit vrees voor den Heer.

DutSVVA

Gij dienstknechten, zijt in alles gehoorzaam uw heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoudigheid des harten, vrezende God.

23
NlCanisius1939

Al wat gij doet, doet het van harte, als voor den Heer en niet als voor mensen;

DutSVVA

En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen;

24
NlCanisius1939

gij weet toch, dat gij van den Heer het erfdeel als loon zult ontvangen. Weest slaven van Christus, den Heer!

DutSVVA

Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient den Heere Christus.

25
NlCanisius1939

Want wie onrecht doet, zal zijn onrecht moeten boeten; er bestaat geen aanzien van personen.

DutSVVA

Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming des persoons.

Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Kolossenzen 3

Canisius 1939 (NlCanisius1939)

Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.

Statenvertaling (Apocriefe)

De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.

You are viewing a side-by-side comparison of Kolossenzen 3 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.

Key Comparison: Kolossenzen 3:16

NlCanisius1939

"Moge Christus’ woord in u wonen in rijke overvloed! Leert en vermaant elkander met allerlei wijsheid! Looft God in uw harten op lieflijke wijze, met psalmen, gezangen en geestelijke liederen."

DutSVVA

"Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart."

trending_upPopular Comparisons

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Psalmen 23

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Mattheüs 5

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Jesaja 53

auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward