Hooglied 1 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
Hooglied 1
1Drenk mij met de kussen van uw mond; Want uw liefde is zoeter dan wijn.
2Heerlijk is de geur van uw balsem, Uw naam is het kostbaarst aroom. Daarom hebben de meisjes u lief.
3Neem mij mede, laat ons vluchten; Want de koning heeft mij in zijn vertrekken gebracht! Wij willen juichen, in u ons verblijden, Uw liefde roemen, hoger dan wijn, Terecht beminnen zij u!
4Wel ben ik donker, Maar toch nog schoon, Jerusalems dochters: Als de tenten van Kedar, De paviljoenen van Sjalma.
5Let er niet op, dat ik zwart ben, En van de zon ben verbrand; Want de zonen van mijn moeder waren boos op mij, En lieten mij de wijngaarden bewaken….Maar mijn eigen wijngaard bewaakte ik niet!
6Bericht mij toch, mijn zielsbeminde, Waar ge uw kudde laat weiden, Waar ge ze in de middag laat rusten? Want waarom zou ik gaan zwerven Bij de kudden uwer vrienden?
7Als ge het niet weet, Schoonste der vrouwen, Volg dan het spoor van de kudde, En hoed uw geiten Bij de tenten der herders.
8Met het span van Farao’s wagens Vergelijk ik u, liefste;
9Hoe bekoorlijk uw wangen tussen de hangers, Uw hals in de snoeren.
10Gouden hangers laten we u maken, Met plaatjes van zilver.
11Zolang de koning in zijn harem verbleef, Straalde mijn nardus haar geur.
12Want mijn beminde is mij een bundeltje mirre, Dat op mijn boezem blijft rusten;
13Mijn beminde is mij een cyper-tros, Van Engédi’s gaarden.
14Wat zijt ge verrukkelijk, mijn liefste, Uw ogen zijn duiven.
15Wat zijt ge verrukkelijk schoon, mijn beminde Ons rustbed is in het groen!
16De binten van ons paleis zijn ceders, Onze wanden cypressen.
Hooglied 1
1Het Hooglied, hetwelk van Salomo is.
2Hij kusse mij met de kussen Zijns monds; want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.
3Uw oliën zijn goed tot reuk, Uw naam is een olie, die uitgestort wordt; daarom hebben U de maagden lief.
4Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief.
5Ik ben zwart, doch liefelijk (gij dochteren van Jeruzalem!), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.
6Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen; de kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin der wijngaarden. Mijn wijngaard, dien ik heb, heb ik niet gehoed.
7Zeg mij aan, Gij, Dien mijn ziel liefheeft, waar Gij weidt, waar Gij de kudde legert in den middag; want waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen?
8Indiën gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen! zo ga uit op de voetstappen der schapen, en weid uw geiten bij de woningen der herderen.
9Mijn vriendin! Ik vergelijk u bij de paarden aan de wagens van Farao.
10Uw wangen zijn liefelijk in de spangen, uw hals in de parelsnoeren.
11Wij zullen u gouden spangen maken, met zilveren stipjes.
12Terwijl de Koning aan Zijn ronde tafel is, geeft mijn nardus zijn reuk.
13Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre, dat tussen mijn borsten vernacht.
14Mijn Liefste is mij een tros van Cyprus, in de wijngaarden van En-gedi.
15Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! Zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duiven ogen.
16Zie, gij zijt schoon, mijn Liefste, ja, liefelijk; ook groent onze bedstede.
17De balken onzer huizen zijn cederen, onze galerijen zijn cipressen.
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Hooglied 1
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of Hooglied 1 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: Hooglied 1:16
"De binten van ons paleis zijn ceders, Onze wanden cypressen."
"Zie, gij zijt schoon, mijn Liefste, ja, liefelijk; ook groent onze bedstede."





