Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking

Filippenzen 4 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)

chevron_leftchevron_right

Filippenzen 4

1En daarom, mijn innig geliefde broeders, mijn vreugde en mijn kroon: geliefden, staat vast in den Heer!

2Evódia vermaan ik, en Suntuche ook, om eensgezind te zijn in den Heer.

3En u, trouwe Sunzuchus verzoek ik dringend, beiden daarbij behulpzaam te zijn. Want ze hebben me bijgestaan in de strijd voor het Evangelie; zij en Clemens en mijn andere medewerkers, wier namen in het boek des levens staan.

4Verblijdt u altijd in den Heer; ik herhaal het: Verblijdt u!

5Laat alle mensen uw minzaamheid zien. De Heer is nabij;

6maakt u over niets bezorgd, doch maakt aan God al uw wensen bekend door bidden en smeken en danken.

7En de vrede Gods, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en zinnen bewaren in Christus Jesus.

8Ten slotte, broeders, houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar, op al wat edel, rechtvaardig, rein, liefelijk en welgevallig is, op al wat deugd heet en lof verdient.

9Handelt naar wat gij geleerd en aanvaard hebt, naar wat gij van mij hebt gehoord en gezien. En de God van de vrede zal met u zijn.

10Het was me een grote vreugde in den Heer, dat gij weer eens gelegenheid hadt, om voor mij te zorgen. Wel zijt gij er bedacht op gebleven, maar gij hadt er geen gelegenheid toe.

11Ik zeg dit niet, omdat ik gebrek heb geleden. Want ik heb geleerd, tevreden te zijn met wat ik heb.

12Ik weet armoede te lijden en in overvloed te leven; met alles ben ik in alle omstandigheden vertrouwd: met verzadigd zijn en honger lijden, met overvloed en met gebrek.

13Tot alles ben ik in staat door Hem, die mij sterkt.

14Toch hebt gij goed gedaan, met me bij te staan in mijn nood.

15Gij weet zelf toch wel, Filippenzen, dat bij mijn vertrek uit Macedónië in het begin van mijn prediking, geen enkele kerk, dan gij alleen, met mij een rekening had van uitgave en ontvangst,

16en dat gij tot tweemaal toe mij ook in Tessalonika iets voor eigen gebruik hebt gezonden.

17Zeker, het is me niet om de gave te doen, maar het is me te doen om de rente, die rijkelijk op uw rekening wordt geboekt.

18Maar nu heb ik het hele bedrag gekregen, en zelfs meer dan dat. Ik bezit volop, sinds ik door Epafroditus uw gift heb ontvangen: een welriekende geur, een aangenaam, Gode welgevallig offer.

19Mijn God zal dan ook in Christus Jesus in al uw behoeften voorzien naar zijn rijkdom en door zijn heerlijkheid.

20Aan onzen God en Vader zij de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen.

21Groet alle heiligen in Christus Jesus. U groeten de broeders, die bij me zijn.

22Alle heiligen groeten u, vooral die tot het huis van Cesar behoren.

23De genade van den Heer Jesus Christus zij met uw geest.

Filippenzen 4

1Zo dan, mijn geliefde en zeer gewenste broeders, mijn blijdschap en kroon, staat alzo in den Heere, geliefden!

2Ik vermaan Euodia, en ik vermaan Syntyche, dat zij eensgezind zijn in den Heere.

3En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees dezen vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welker namen zijn in het boek des levens.

4Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u.

5Uw bescheidenheid zij allen mensen bekend. De Heere is nabij.

6Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;

7En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.

8Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve;

9Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.

10En ik ben grotelijks verblijd geweest in den Heere, dat gij nu eenmaal wederom verwakkerd zijt om aan mij te gedenken; waaraan gij ook gedacht hebt, maar gij hebt de gelegenheid niet gehad.

11Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben.

12En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden.

13Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.

14Nochtans hebt gij wel gedaan, dat gij met mijn verdrukking gemeenschap gehad hebt.

15En ook gij, Filippensen, weet, dat in het begin des Evangelies, toen ik van Macedonië vertrokken ben, geen Gemeente mij iets medegedeeld heeft tot rekening van uitgaaf en ontvangst, dan gij alleen.

16Want ook in Thessalonica hebt gij mij, eenmaal en andermaal gezonden, tot nooddruft.

17Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht, die overvloedig is tot uw rekening.

18Maar ik heb alles ontvangen, en ik heb overvloed; ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was, als een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk.

19Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus.

20Onzen God nu en Vader zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

21Groet alle heiligen in Christus Jezus; U groeten de broeders, die met mij zijn.

22Al de heiligen groeten u, en meest die van het huis des keizers zijn.

23De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen. Geschreven aan de Philippenzen vanuit Rome door bemiddeling van Epafroditus.

Filippenzen 4

1En daarom, mijn innig geliefde broeders, mijn vreugde en mijn kroon: geliefden, staat vast in den Heer!

2Evódia vermaan ik, en Suntuche ook, om eensgezind te zijn in den Heer.

3En u, trouwe Sunzuchus verzoek ik dringend, beiden daarbij behulpzaam te zijn. Want ze hebben me bijgestaan in de strijd voor het Evangelie; zij en Clemens en mijn andere medewerkers, wier namen in het boek des levens staan.

4Verblijdt u altijd in den Heer; ik herhaal het: Verblijdt u!

5Laat alle mensen uw minzaamheid zien. De Heer is nabij;

6maakt u over niets bezorgd, doch maakt aan God al uw wensen bekend door bidden en smeken en danken.

7En de vrede Gods, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en zinnen bewaren in Christus Jesus.

8Ten slotte, broeders, houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar, op al wat edel, rechtvaardig, rein, liefelijk en welgevallig is, op al wat deugd heet en lof verdient.

9Handelt naar wat gij geleerd en aanvaard hebt, naar wat gij van mij hebt gehoord en gezien. En de God van de vrede zal met u zijn.

10Het was me een grote vreugde in den Heer, dat gij weer eens gelegenheid hadt, om voor mij te zorgen. Wel zijt gij er bedacht op gebleven, maar gij hadt er geen gelegenheid toe.

11Ik zeg dit niet, omdat ik gebrek heb geleden. Want ik heb geleerd, tevreden te zijn met wat ik heb.

12Ik weet armoede te lijden en in overvloed te leven; met alles ben ik in alle omstandigheden vertrouwd: met verzadigd zijn en honger lijden, met overvloed en met gebrek.

13Tot alles ben ik in staat door Hem, die mij sterkt.

14Toch hebt gij goed gedaan, met me bij te staan in mijn nood.

15Gij weet zelf toch wel, Filippenzen, dat bij mijn vertrek uit Macedónië in het begin van mijn prediking, geen enkele kerk, dan gij alleen, met mij een rekening had van uitgave en ontvangst,

16en dat gij tot tweemaal toe mij ook in Tessalonika iets voor eigen gebruik hebt gezonden.

17Zeker, het is me niet om de gave te doen, maar het is me te doen om de rente, die rijkelijk op uw rekening wordt geboekt.

18Maar nu heb ik het hele bedrag gekregen, en zelfs meer dan dat. Ik bezit volop, sinds ik door Epafroditus uw gift heb ontvangen: een welriekende geur, een aangenaam, Gode welgevallig offer.

19Mijn God zal dan ook in Christus Jesus in al uw behoeften voorzien naar zijn rijkdom en door zijn heerlijkheid.

20Aan onzen God en Vader zij de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen.

21Groet alle heiligen in Christus Jesus. U groeten de broeders, die bij me zijn.

22Alle heiligen groeten u, vooral die tot het huis van Cesar behoren.

23De genade van den Heer Jesus Christus zij met uw geest.

Filippenzen 4:1
NlCanisius1939

En daarom, mijn innig geliefde broeders, mijn vreugde en mijn kroon: geliefden, staat vast in den Heer!

DutSVVA

Zo dan, mijn geliefde en zeer gewenste broeders, mijn blijdschap en kroon, staat alzo in den Heere, geliefden!

2
NlCanisius1939

Evódia vermaan ik, en Suntuche ook, om eensgezind te zijn in den Heer.

DutSVVA

Ik vermaan Euodia, en ik vermaan Syntyche, dat zij eensgezind zijn in den Heere.

3
NlCanisius1939

En u, trouwe Sunzuchus verzoek ik dringend, beiden daarbij behulpzaam te zijn. Want ze hebben me bijgestaan in de strijd voor het Evangelie; zij en Clemens en mijn andere medewerkers, wier namen in het boek des levens staan.

DutSVVA

En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees dezen vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welker namen zijn in het boek des levens.

4
NlCanisius1939

Verblijdt u altijd in den Heer; ik herhaal het: Verblijdt u!

DutSVVA

Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u.

5
NlCanisius1939

Laat alle mensen uw minzaamheid zien. De Heer is nabij;

DutSVVA

Uw bescheidenheid zij allen mensen bekend. De Heere is nabij.

6
NlCanisius1939

maakt u over niets bezorgd, doch maakt aan God al uw wensen bekend door bidden en smeken en danken.

DutSVVA

Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;

7
NlCanisius1939

En de vrede Gods, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en zinnen bewaren in Christus Jesus.

DutSVVA

En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.

8
NlCanisius1939

Ten slotte, broeders, houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar, op al wat edel, rechtvaardig, rein, liefelijk en welgevallig is, op al wat deugd heet en lof verdient.

DutSVVA

Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve;

9
NlCanisius1939

Handelt naar wat gij geleerd en aanvaard hebt, naar wat gij van mij hebt gehoord en gezien. En de God van de vrede zal met u zijn.

DutSVVA

Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.

10
NlCanisius1939

Het was me een grote vreugde in den Heer, dat gij weer eens gelegenheid hadt, om voor mij te zorgen. Wel zijt gij er bedacht op gebleven, maar gij hadt er geen gelegenheid toe.

DutSVVA

En ik ben grotelijks verblijd geweest in den Heere, dat gij nu eenmaal wederom verwakkerd zijt om aan mij te gedenken; waaraan gij ook gedacht hebt, maar gij hebt de gelegenheid niet gehad.

11
NlCanisius1939

Ik zeg dit niet, omdat ik gebrek heb geleden. Want ik heb geleerd, tevreden te zijn met wat ik heb.

DutSVVA

Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben.

12
NlCanisius1939

Ik weet armoede te lijden en in overvloed te leven; met alles ben ik in alle omstandigheden vertrouwd: met verzadigd zijn en honger lijden, met overvloed en met gebrek.

DutSVVA

En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden.

13
NlCanisius1939

Tot alles ben ik in staat door Hem, die mij sterkt.

DutSVVA

Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.

14
NlCanisius1939

Toch hebt gij goed gedaan, met me bij te staan in mijn nood.

DutSVVA

Nochtans hebt gij wel gedaan, dat gij met mijn verdrukking gemeenschap gehad hebt.

15
NlCanisius1939

Gij weet zelf toch wel, Filippenzen, dat bij mijn vertrek uit Macedónië in het begin van mijn prediking, geen enkele kerk, dan gij alleen, met mij een rekening had van uitgave en ontvangst,

DutSVVA

En ook gij, Filippensen, weet, dat in het begin des Evangelies, toen ik van Macedonië vertrokken ben, geen Gemeente mij iets medegedeeld heeft tot rekening van uitgaaf en ontvangst, dan gij alleen.

16
NlCanisius1939

en dat gij tot tweemaal toe mij ook in Tessalonika iets voor eigen gebruik hebt gezonden.

DutSVVA

Want ook in Thessalonica hebt gij mij, eenmaal en andermaal gezonden, tot nooddruft.

17
NlCanisius1939

Zeker, het is me niet om de gave te doen, maar het is me te doen om de rente, die rijkelijk op uw rekening wordt geboekt.

DutSVVA

Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht, die overvloedig is tot uw rekening.

18
NlCanisius1939

Maar nu heb ik het hele bedrag gekregen, en zelfs meer dan dat. Ik bezit volop, sinds ik door Epafroditus uw gift heb ontvangen: een welriekende geur, een aangenaam, Gode welgevallig offer.

DutSVVA

Maar ik heb alles ontvangen, en ik heb overvloed; ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was, als een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk.

19
NlCanisius1939

Mijn God zal dan ook in Christus Jesus in al uw behoeften voorzien naar zijn rijkdom en door zijn heerlijkheid.

DutSVVA

Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus.

20
NlCanisius1939

Aan onzen God en Vader zij de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen.

DutSVVA

Onzen God nu en Vader zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

21
NlCanisius1939

Groet alle heiligen in Christus Jesus. U groeten de broeders, die bij me zijn.

DutSVVA

Groet alle heiligen in Christus Jezus; U groeten de broeders, die met mij zijn.

22
NlCanisius1939

Alle heiligen groeten u, vooral die tot het huis van Cesar behoren.

DutSVVA

Al de heiligen groeten u, en meest die van het huis des keizers zijn.

23
NlCanisius1939

De genade van den Heer Jesus Christus zij met uw geest.

DutSVVA

De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen. Geschreven aan de Philippenzen vanuit Rome door bemiddeling van Epafroditus.

Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Filippenzen 4

Canisius 1939 (NlCanisius1939)

Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.

Statenvertaling (Apocriefe)

De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.

You are viewing a side-by-side comparison of Filippenzen 4 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.

Key Comparison: Filippenzen 4:16

NlCanisius1939

"en dat gij tot tweemaal toe mij ook in Tessalonika iets voor eigen gebruik hebt gezonden."

DutSVVA

"Want ook in Thessalonica hebt gij mij, eenmaal en andermaal gezonden, tot nooddruft."

trending_upPopular Comparisons

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Psalmen 23

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Mattheüs 5

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Jesaja 53

auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward