Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking

1 Timotheüs 5 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)

chevron_leftchevron_right

1 Timotheüs 5

1Ge moet niet hard optreden tegen een bejaard man, maar hem vermanen als een vader; jongelieden als broeders,

2bejaarde vrouwen als moeders, jonge vrouwen als zusters in alle eerbaarheid.

3De weduwen moet ge eren, zo ze inderdaad als weduwen alleen staan.

4Want zo een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, dan moeten die vóór alles leren, hun eigen familie in ere te houden, en hun ouders het goede te vergelden; want dit is aangenaam aan God.

5Wie werkelijk weduwe is en helemaal alleen staat, moet haar hoop op God gevestigd houden, en volharden in bidden en smeken, nacht en dag;

6als ze een dartel leven leidt, is ze levend dood.

7Ook dit moet ge inscherpen, opdat ze zich onberispelijk gedragen.

8En zo er een is, die zich niet om haar familie en heel in het bijzonder zich niet om haar huisgenoten bekommert, dan verloochent ze het geloof, en is erger dan een ongelovige..

9Als weduwe mag op de lijst worden geplaatst, die niet beneden de zestig jaren is, en slechts éénmaal gehuwd is geweest.

10Ze moet gunstig bekend staan om haar goede werken: dat ze namelijk haar kinderen heeft opgevoed, gastvrijheid beoefend, de voeten der heiligen gewassen, de noodlijdenden ondersteund, en zich aan allerlei goede werken heeft toegewijd.

11Maar jonge weduwen moet ge afwijzen. Want wanneer oplaaiende zinnelijkheid haar van Christus vervreemdt, willen ze trouwen;

12en ze lopen een veroordeling in, omdat ze de vroegere gelofte hebben verbroken.

13Tegelijkertijd leren ze dan leeglopers worden door het houden van huisbezoek; en niet alleen leeglopers, maar ook babbelaars, bemoeiallen, beuzelend over al wat niet past.

14Ik verlang dus, dat jongere weduwen trouwen, kinderen ter wereld brengen, haar huishouding besturen, en dat ze den tegenstander geen enkele aanleiding geven tot lasteren.

15Feitelijk zijn enkelen reeds achter Satan verloren gelopen.

16Wanneer een gelovige vrouw onder haar verwanten weduwen telt, dan moet zij ze bijstaan; men moet de gemeente er niet mee belasten, opdat deze de eigenlijke weduwen kan helpen.

17De priesters, die op waardige wijze aan het hoofd staan, moeten dubbele eer worden waardig geacht; vooral als ze zich inspannen door prediking en onderricht.

18De Schrift immers zegt: “Een dorsenden os zult ge niet muilbanden,” en “de werkman is zijn loon waard.”

19Tegen een priester moogt ge geen aanklacht aanvaarden, dan onder twee of drie getuigen.

20Hebben ze gezondigd, straf ze dan in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de overigen worden afgeschrikt.

21Ik bezweer u bij God en Christus Jesus en bij de uitverkoren Engelen, dat ge dergelijke zaken zonder vooroordeel behandelt, en niets uit partijdigheid doet.

22Leg niemand overijld de handen op, en maak u niet schuldig aan vreemde zonden.

23Bewaar uw reinheid; drink niet langer water alleen, maar gebruik wat wijn voor uw maag en uw voortdurende ongesteldheid.

24Van sommige mensen zijn de zonden reeds vóór de rechterlijke uitspraak bekend, van anderen eerst daarna.

25Op dezelfde wijze raken ook de goede werken bekend; in ieder geval, verborgen blijven kunnen ze niet.

1 Timotheüs 5

1Bestraf een ouden man niet hardelijk, maar vermaan hem als een vader; de jonge als broeders;

2De oude vrouwen als moeders; de jonge als zusters, in alle reinheid.

3Eer de weduwen, die waarlijk weduwen zijn.

4Maar zo enige weduwe kinderen heeft, of kindskinderen, dat die leren eerst aan hun eigen huis godzaligheid oefenen, en den voorouderen wedervergelding doen; want dat is goed en aangenaam voor God.

5Die nu waarlijk weduwe is, en alleen gelaten, die hoopt op God, en blijft in smekingen en gebeden nacht en dag.

6Maar die haar wellust volgt, die is levende gestorven.

7En beveel dit, opdat zij onberispelijk zijn.

8Doch zo iemand de zijnen, en voornamelijk zijn huisgenoten, niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige.

9Dat een weduwe gekozen worde niet minder dan van zestig jaren, welke eens mans vrouw geweest zij;

10Getuigenis hebbende van goede werken: zo zij kinderen opgevoed heeft, zo zij gaarne heeft geherbergd, zo zij der heiligen voeten heeft gewassen, zo zij den verdrukten genoegzame hulp gedaan heeft, zo zij alle goed werk nagetracht heeft.

11Maar neem de jonge weduwen niet aan; want als zij weelderig geworden zijn tegen Christus, zo willen zij huwelijken;

12Hebbende haar oordeel, omdat zij haar eerste geloof hebben te niet gedaan.

13En meteen ook leren zij ledig omgaan bij de huizen; en zijn niet alleen ledig, maar ook klapachtig, en ijdele dingen doende, sprekende, hetgeen niet betaamt.

14Ik wil dan, dat de jonge weduwen huwelijken, kinderen telen, het huis regeren, geen oorzaak van lastering aan de wederpartij geven.

15Want enigen hebben zich alrede afgewend achter den satan.

16Zo enig gelovig man, of gelovige vrouw weduwen heeft, dat die haar genoegzame hulp doe, en dat de Gemeente niet bezwaard worde, opdat zij degenen, die waarlijk weduwen zijn, genoegzame hulp doen moge.

17Dat de ouderlingen, die wel regeren, dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in het Woord en de leer.

18Want de Schrift zegt: Een dorsenden os zult gij niet muilbanden; en: De arbeider is zijn loon waardig.

19Neem tegen een ouderling geen beschuldiging aan, anders dan onder twee of drie getuigen.

20Bestraf die zondigen in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vreze mogen hebben.

21Ik betuig voor God, en den Heere Jezus Christus, en de uitverkoren engelen, dat gij deze dingen onderhoudt, zonder vooroordeel, niets doende naar toegenegenheid.

22Leg niemand haastelijk de handen op, en heb geen gemeenschap aan anderer zonden; bewaar uzelven rein.

23Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.

24Van sommige mensen zijn de zonden te voren openbaar, en gaan voor tot hun veroordeling; en in sommigen ook volgen zij na.

25Desgelijks ook de goede werken zijn te voren openbaar, en daar het anders mede gelegen is, kunnen niet verborgen worden.

1 Timotheüs 5

1Ge moet niet hard optreden tegen een bejaard man, maar hem vermanen als een vader; jongelieden als broeders,

2bejaarde vrouwen als moeders, jonge vrouwen als zusters in alle eerbaarheid.

3De weduwen moet ge eren, zo ze inderdaad als weduwen alleen staan.

4Want zo een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, dan moeten die vóór alles leren, hun eigen familie in ere te houden, en hun ouders het goede te vergelden; want dit is aangenaam aan God.

5Wie werkelijk weduwe is en helemaal alleen staat, moet haar hoop op God gevestigd houden, en volharden in bidden en smeken, nacht en dag;

6als ze een dartel leven leidt, is ze levend dood.

7Ook dit moet ge inscherpen, opdat ze zich onberispelijk gedragen.

8En zo er een is, die zich niet om haar familie en heel in het bijzonder zich niet om haar huisgenoten bekommert, dan verloochent ze het geloof, en is erger dan een ongelovige..

9Als weduwe mag op de lijst worden geplaatst, die niet beneden de zestig jaren is, en slechts éénmaal gehuwd is geweest.

10Ze moet gunstig bekend staan om haar goede werken: dat ze namelijk haar kinderen heeft opgevoed, gastvrijheid beoefend, de voeten der heiligen gewassen, de noodlijdenden ondersteund, en zich aan allerlei goede werken heeft toegewijd.

11Maar jonge weduwen moet ge afwijzen. Want wanneer oplaaiende zinnelijkheid haar van Christus vervreemdt, willen ze trouwen;

12en ze lopen een veroordeling in, omdat ze de vroegere gelofte hebben verbroken.

13Tegelijkertijd leren ze dan leeglopers worden door het houden van huisbezoek; en niet alleen leeglopers, maar ook babbelaars, bemoeiallen, beuzelend over al wat niet past.

14Ik verlang dus, dat jongere weduwen trouwen, kinderen ter wereld brengen, haar huishouding besturen, en dat ze den tegenstander geen enkele aanleiding geven tot lasteren.

15Feitelijk zijn enkelen reeds achter Satan verloren gelopen.

16Wanneer een gelovige vrouw onder haar verwanten weduwen telt, dan moet zij ze bijstaan; men moet de gemeente er niet mee belasten, opdat deze de eigenlijke weduwen kan helpen.

17De priesters, die op waardige wijze aan het hoofd staan, moeten dubbele eer worden waardig geacht; vooral als ze zich inspannen door prediking en onderricht.

18De Schrift immers zegt: “Een dorsenden os zult ge niet muilbanden,” en “de werkman is zijn loon waard.”

19Tegen een priester moogt ge geen aanklacht aanvaarden, dan onder twee of drie getuigen.

20Hebben ze gezondigd, straf ze dan in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de overigen worden afgeschrikt.

21Ik bezweer u bij God en Christus Jesus en bij de uitverkoren Engelen, dat ge dergelijke zaken zonder vooroordeel behandelt, en niets uit partijdigheid doet.

22Leg niemand overijld de handen op, en maak u niet schuldig aan vreemde zonden.

23Bewaar uw reinheid; drink niet langer water alleen, maar gebruik wat wijn voor uw maag en uw voortdurende ongesteldheid.

24Van sommige mensen zijn de zonden reeds vóór de rechterlijke uitspraak bekend, van anderen eerst daarna.

25Op dezelfde wijze raken ook de goede werken bekend; in ieder geval, verborgen blijven kunnen ze niet.

1 Timotheüs 5:1
NlCanisius1939

Ge moet niet hard optreden tegen een bejaard man, maar hem vermanen als een vader; jongelieden als broeders,

DutSVVA

Bestraf een ouden man niet hardelijk, maar vermaan hem als een vader; de jonge als broeders;

2
NlCanisius1939

bejaarde vrouwen als moeders, jonge vrouwen als zusters in alle eerbaarheid.

DutSVVA

De oude vrouwen als moeders; de jonge als zusters, in alle reinheid.

3
NlCanisius1939

De weduwen moet ge eren, zo ze inderdaad als weduwen alleen staan.

DutSVVA

Eer de weduwen, die waarlijk weduwen zijn.

4
NlCanisius1939

Want zo een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, dan moeten die vóór alles leren, hun eigen familie in ere te houden, en hun ouders het goede te vergelden; want dit is aangenaam aan God.

DutSVVA

Maar zo enige weduwe kinderen heeft, of kindskinderen, dat die leren eerst aan hun eigen huis godzaligheid oefenen, en den voorouderen wedervergelding doen; want dat is goed en aangenaam voor God.

5
NlCanisius1939

Wie werkelijk weduwe is en helemaal alleen staat, moet haar hoop op God gevestigd houden, en volharden in bidden en smeken, nacht en dag;

DutSVVA

Die nu waarlijk weduwe is, en alleen gelaten, die hoopt op God, en blijft in smekingen en gebeden nacht en dag.

6
NlCanisius1939

als ze een dartel leven leidt, is ze levend dood.

DutSVVA

Maar die haar wellust volgt, die is levende gestorven.

7
NlCanisius1939

Ook dit moet ge inscherpen, opdat ze zich onberispelijk gedragen.

DutSVVA

En beveel dit, opdat zij onberispelijk zijn.

8
NlCanisius1939

En zo er een is, die zich niet om haar familie en heel in het bijzonder zich niet om haar huisgenoten bekommert, dan verloochent ze het geloof, en is erger dan een ongelovige..

DutSVVA

Doch zo iemand de zijnen, en voornamelijk zijn huisgenoten, niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige.

9
NlCanisius1939

Als weduwe mag op de lijst worden geplaatst, die niet beneden de zestig jaren is, en slechts éénmaal gehuwd is geweest.

DutSVVA

Dat een weduwe gekozen worde niet minder dan van zestig jaren, welke eens mans vrouw geweest zij;

10
NlCanisius1939

Ze moet gunstig bekend staan om haar goede werken: dat ze namelijk haar kinderen heeft opgevoed, gastvrijheid beoefend, de voeten der heiligen gewassen, de noodlijdenden ondersteund, en zich aan allerlei goede werken heeft toegewijd.

DutSVVA

Getuigenis hebbende van goede werken: zo zij kinderen opgevoed heeft, zo zij gaarne heeft geherbergd, zo zij der heiligen voeten heeft gewassen, zo zij den verdrukten genoegzame hulp gedaan heeft, zo zij alle goed werk nagetracht heeft.

11
NlCanisius1939

Maar jonge weduwen moet ge afwijzen. Want wanneer oplaaiende zinnelijkheid haar van Christus vervreemdt, willen ze trouwen;

DutSVVA

Maar neem de jonge weduwen niet aan; want als zij weelderig geworden zijn tegen Christus, zo willen zij huwelijken;

12
NlCanisius1939

en ze lopen een veroordeling in, omdat ze de vroegere gelofte hebben verbroken.

DutSVVA

Hebbende haar oordeel, omdat zij haar eerste geloof hebben te niet gedaan.

13
NlCanisius1939

Tegelijkertijd leren ze dan leeglopers worden door het houden van huisbezoek; en niet alleen leeglopers, maar ook babbelaars, bemoeiallen, beuzelend over al wat niet past.

DutSVVA

En meteen ook leren zij ledig omgaan bij de huizen; en zijn niet alleen ledig, maar ook klapachtig, en ijdele dingen doende, sprekende, hetgeen niet betaamt.

14
NlCanisius1939

Ik verlang dus, dat jongere weduwen trouwen, kinderen ter wereld brengen, haar huishouding besturen, en dat ze den tegenstander geen enkele aanleiding geven tot lasteren.

DutSVVA

Ik wil dan, dat de jonge weduwen huwelijken, kinderen telen, het huis regeren, geen oorzaak van lastering aan de wederpartij geven.

15
NlCanisius1939

Feitelijk zijn enkelen reeds achter Satan verloren gelopen.

DutSVVA

Want enigen hebben zich alrede afgewend achter den satan.

16
NlCanisius1939

Wanneer een gelovige vrouw onder haar verwanten weduwen telt, dan moet zij ze bijstaan; men moet de gemeente er niet mee belasten, opdat deze de eigenlijke weduwen kan helpen.

DutSVVA

Zo enig gelovig man, of gelovige vrouw weduwen heeft, dat die haar genoegzame hulp doe, en dat de Gemeente niet bezwaard worde, opdat zij degenen, die waarlijk weduwen zijn, genoegzame hulp doen moge.

17
NlCanisius1939

De priesters, die op waardige wijze aan het hoofd staan, moeten dubbele eer worden waardig geacht; vooral als ze zich inspannen door prediking en onderricht.

DutSVVA

Dat de ouderlingen, die wel regeren, dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in het Woord en de leer.

18
NlCanisius1939

De Schrift immers zegt: “Een dorsenden os zult ge niet muilbanden,” en “de werkman is zijn loon waard.”

DutSVVA

Want de Schrift zegt: Een dorsenden os zult gij niet muilbanden; en: De arbeider is zijn loon waardig.

19
NlCanisius1939

Tegen een priester moogt ge geen aanklacht aanvaarden, dan onder twee of drie getuigen.

DutSVVA

Neem tegen een ouderling geen beschuldiging aan, anders dan onder twee of drie getuigen.

20
NlCanisius1939

Hebben ze gezondigd, straf ze dan in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de overigen worden afgeschrikt.

DutSVVA

Bestraf die zondigen in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vreze mogen hebben.

21
NlCanisius1939

Ik bezweer u bij God en Christus Jesus en bij de uitverkoren Engelen, dat ge dergelijke zaken zonder vooroordeel behandelt, en niets uit partijdigheid doet.

DutSVVA

Ik betuig voor God, en den Heere Jezus Christus, en de uitverkoren engelen, dat gij deze dingen onderhoudt, zonder vooroordeel, niets doende naar toegenegenheid.

22
NlCanisius1939

Leg niemand overijld de handen op, en maak u niet schuldig aan vreemde zonden.

DutSVVA

Leg niemand haastelijk de handen op, en heb geen gemeenschap aan anderer zonden; bewaar uzelven rein.

23
NlCanisius1939

Bewaar uw reinheid; drink niet langer water alleen, maar gebruik wat wijn voor uw maag en uw voortdurende ongesteldheid.

DutSVVA

Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.

24
NlCanisius1939

Van sommige mensen zijn de zonden reeds vóór de rechterlijke uitspraak bekend, van anderen eerst daarna.

DutSVVA

Van sommige mensen zijn de zonden te voren openbaar, en gaan voor tot hun veroordeling; en in sommigen ook volgen zij na.

25
NlCanisius1939

Op dezelfde wijze raken ook de goede werken bekend; in ieder geval, verborgen blijven kunnen ze niet.

DutSVVA

Desgelijks ook de goede werken zijn te voren openbaar, en daar het anders mede gelegen is, kunnen niet verborgen worden.

Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in 1 Timotheüs 5

Canisius 1939 (NlCanisius1939)

Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.

Statenvertaling (Apocriefe)

De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.

You are viewing a side-by-side comparison of 1 Timotheüs 5 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.

Key Comparison: 1 Timotheüs 5:16

NlCanisius1939

"Wanneer een gelovige vrouw onder haar verwanten weduwen telt, dan moet zij ze bijstaan; men moet de gemeente er niet mee belasten, opdat deze de eigenlijke weduwen kan helpen."

DutSVVA

"Zo enig gelovig man, of gelovige vrouw weduwen heeft, dat die haar genoegzame hulp doe, en dat de Gemeente niet bezwaard worde, opdat zij degenen, die waarlijk weduwen zijn, genoegzame hulp doen moge."

trending_upPopular Comparisons

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Psalmen 23

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Mattheüs 5

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Jesaja 53

auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward