1 Tessalonicenzen 5 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
1 Tessalonicenzen 5
1Maar over tijden en stonden, broeders, behoeft u niet te worden geschreven.
2Want zelf weet gij goed, dat de Dag des Heren komt als een dief in de nacht.
3Wanneer men zegt: "Vrede en veiligheid," dan valt op hen het verderf onverwacht, zoals barensweeën op een zwangere vrouw; en ontkomen doen ze zeker niet.
4Maar gij broeders, gij verkeert niet in duisternis, zodat de Dag u als een dief zou verrassen.
5Want allen zijt gij zonen van het licht, zonen ook van de dag; van nacht of duisternis zijn we het niet.
6Slapen we dus niet als de anderen, maar laten we waken en nuchter blijven.
7Want wie slapen, slapen ‘s nachts; en die zich bedrinken, bedrinken zich ‘s nachts.
8Maar wij moeten nuchter blijven, want we zijn zonen van de dag; toegerust met het pantser van geloof en van liefde, en met de helm, de hoop op de zaligheid.
9Want God heeft ons niet bestemd voor de Toorn, maar tot het verwerven der zaligheid door onzen Heer Jesus Christus,
10die voor ons is gestorven, opdat we, wakend of slapend, samen met Hem zouden leven.
11Troost dus elkander, sticht ook elkander, zoals gij gewoon zijt te doen.
12We verzoeken u, broeders, hen te waarderen, die onder u arbeiden, die u vóórgaan, en terechtwijzen in den Heer;
13acht ze ook meer dan gewone liefde waardig om hun arbeid. Bewaart de vrede onder elkander.
14Broeders, we sporen u aan: berispt de leeglopers, bemoedigt de kleinmoedigen, ondersteunt de zwakken, weest jegens allen geduldig.
15Past op, dat niemand kwaad met kwaad vergeldt; maar streeft allen het goede na jegens elkander en jegens allen.
16Weest altijd blijde.
17Bidt zonder ophouden;
18brengt dankzegging voor alles; want dit is voor u Gods wil in Christus Jesus.
19Blust den Geest niet uit,
20versmaadt de profetieën niet;
21maar onderzoekt alles, en behoudt het goede.
22Onthoudt u van kwaad onder iedere vorm.
23Dan moge de God van de vrede zelf u heiligen heel en al; uw geest, uw ziel en uw lichaam blijve ongerept bewaard en onberispelijk tot de komst van Jesus Christus onzen Heer.
24Hij die roept, is ook getrouw; Hij zal het ook ten uitvoer brengen.
25Bidt voor ons, broeders.
26Groet al de broeders met een heilige kus.
27Ik bezweer u bij den Heer, de brief aan al de broeders voor te lezen.
28De genade van onzen Heer Jesus Christus zij met u!
1 Tessalonicenzen 5
1Maar van de tijden en de gelegenheden, broeders! hebt gij niet van node, dat men u schrijve.
2Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht.
3Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;
4Maar gij, broeders, gij zijt niet in duisternis, dat u die dag als een dief zou bevangen.
5Gij zijt allen kinderen des lichts, en kinderen des daags; wij zijn niet des nachts, noch der duisternis.
6Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn.
7Want die slapen, slapen des nachts, en die dronken zijn, zijn des nachts dronken;
8Maar wij, die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde, en tot een helm, de hoop der zaligheid.
9Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid, door onzen Heere Jezus Christus.
10Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij dat wij waken, hetzij dat wij slapen, te zamen met Hem leven zouden.
11Daarom vermaant elkander, en sticht de een den anderen, gelijk gij ook doet.
12En wij bidden u, broeders, erkent degenen, die onder u arbeiden, en uw voorstanders zijn in den Heere, en u vermanen;
13En acht hen zeer veel in liefde, om huns werks wil. Zijt vreedzaam onder elkander.
14En wij bidden u, broeders, vermaant de ongeregelden, vertroost de kleinmoedigen, ondersteunt de zwakken, zijt lankmoedig jegens allen.
15Ziet, dat niemand kwaad voor kwaad iemand vergelde; maar jaagt allen tijd het goede na, zo jegens elkander als jegens allen.
16Verblijdt u te allen tijd.
17Bidt zonder ophouden.
18Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.
19Blust den Geest niet uit.
20Veracht de profetieën niet.
21Beproeft alle dingen; behoudt het goede.
22Onthoudt u van allen schijn des kwaads.
23En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus.
24Hij, Die u roept, is getrouw, Die het ook doen zal.
25Broeders, bidt voor ons.
26Groet al de broeders met een heiligen kus.
27Ik bezweer ulieden bij den Heere, dat deze zendbrief al den heiligen broederen gelezen worde.
28De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen. De eerste brief aan de Thessalonicenzen werd geschreven vanuit Athene.
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in 1 Tessalonicenzen 5
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of 1 Tessalonicenzen 5 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: 1 Tessalonicenzen 5:16
"Weest altijd blijde."
"Verblijdt u te allen tijd."





